Altijd blij
Altijd blij zijn…
Voortdurend bidden…
Onder alle omstandigheden danken…
Dat zijn nogal vergaande adviezen. Letterlijk: het gaat nogal ver. Altijd… Onophoudelijk… In alles…
Lees wat de Bijbel hierover nog meer zegt.
‘ Verblijdt u te allen tijd. Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.’ 1 Tessalonicenzen 5 vers 16-18.
Als wij dat soort adviezen krijgen, zijn wij snel geneigd dat een beetje te sussen. Want wat moet je met zoiets als je verdrietig bent omdat iemand gestorven is? Als je niet meer weet hoe het verder moet in je familie? Op je werk of tijdens je studie? In de kerk? Ik weet wel: er zijn vaak best wat lichtpuntjes aan te wijzen. Niet alles is negatief. Maar altijd blij zijn?
Onophoudelijk bidden. Ja, dat is wel voorstelbaar. Hoe kunnen wij anders Gods wil leren kennen? Hoe zouden wij anders kunnen geloven en kunnen groeien in het geloof? ‘Zonder Mij kun je niets doen’ zei de Heere Jezus. En: ‘Blijf in Mij, en Ik in u.’ Hoe zou dat anders kunnen dan door voortdurend naar Hem te luisteren en door in zijn Naam te bidden?
En God danken onder alle omstandigheden? Let op: er staat niet: vóór alle omstandigheden. Maar toch… God danken als je erg ziek wordt? Als er problemen zijn in je relatie? Als je arbeidsomstandigheden veranderen? In al die omstandigheden danken?
Dat is wat God verlangt van wie ‘één is met Christus Jezus’. Paulus schrijft dat niet zomaar. Hij heeft daar twee heel goede redenen voor, die hij in deze brief duidelijk maakt. De eerste reden is, dat Paulus deze mensen die het Evangelie van Jezus Christus geloven, mag aanspreken als door God geliefd. Zij hebben gebroken met het dienen van de afgoden en zijn God gaan dienen. Ze mogen zich Gods kind weten. De andere reden is, dat wie zich zo tot God heeft bekeerd een gouden toekomst voor zich heeft. Ze mogen Gods Zoon verwachten: ‘Jezus, die ons verlost van de komende toorn’.
En tegen deze twee redenen kan niets op. Hoe moeilijk het soms ook is. Hoe teleurstellend je werk ook kan zijn, toch is er voor wie gelooft altijd een reden om blij te zijn, te bidden en te danken. Toch, ondanks heel veel. Nochtans, zei men vroeger. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft. ‘Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen. Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus, onzen Heere. Dat staat in Romeinen 8.
Deze houding, die God van zijn gemeente verlangt, is belangrijk om te kunnen doen wat Paulus direct hiervoor en hierna schrijft. Om oog te hebben voor elkaar. Om goed te doen. Om geen kwaad met kwaad te vergelden enz.
Laten wij elkaar eraan blijven herinneren.
Om in alles met God te leven, - in voorspoed dankbaar en in tegenspoed geduldig.
Biddend en dankend.
Tekst: Gerben Noorland
Tip een bekendePrint Voortdurend bidden…
Onder alle omstandigheden danken…
Dat zijn nogal vergaande adviezen. Letterlijk: het gaat nogal ver. Altijd… Onophoudelijk… In alles…
Lees wat de Bijbel hierover nog meer zegt.
‘ Verblijdt u te allen tijd. Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.’ 1 Tessalonicenzen 5 vers 16-18.
Als wij dat soort adviezen krijgen, zijn wij snel geneigd dat een beetje te sussen. Want wat moet je met zoiets als je verdrietig bent omdat iemand gestorven is? Als je niet meer weet hoe het verder moet in je familie? Op je werk of tijdens je studie? In de kerk? Ik weet wel: er zijn vaak best wat lichtpuntjes aan te wijzen. Niet alles is negatief. Maar altijd blij zijn?
Onophoudelijk bidden. Ja, dat is wel voorstelbaar. Hoe kunnen wij anders Gods wil leren kennen? Hoe zouden wij anders kunnen geloven en kunnen groeien in het geloof? ‘Zonder Mij kun je niets doen’ zei de Heere Jezus. En: ‘Blijf in Mij, en Ik in u.’ Hoe zou dat anders kunnen dan door voortdurend naar Hem te luisteren en door in zijn Naam te bidden?
En God danken onder alle omstandigheden? Let op: er staat niet: vóór alle omstandigheden. Maar toch… God danken als je erg ziek wordt? Als er problemen zijn in je relatie? Als je arbeidsomstandigheden veranderen? In al die omstandigheden danken?
Dat is wat God verlangt van wie ‘één is met Christus Jezus’. Paulus schrijft dat niet zomaar. Hij heeft daar twee heel goede redenen voor, die hij in deze brief duidelijk maakt. De eerste reden is, dat Paulus deze mensen die het Evangelie van Jezus Christus geloven, mag aanspreken als door God geliefd. Zij hebben gebroken met het dienen van de afgoden en zijn God gaan dienen. Ze mogen zich Gods kind weten. De andere reden is, dat wie zich zo tot God heeft bekeerd een gouden toekomst voor zich heeft. Ze mogen Gods Zoon verwachten: ‘Jezus, die ons verlost van de komende toorn’.
En tegen deze twee redenen kan niets op. Hoe moeilijk het soms ook is. Hoe teleurstellend je werk ook kan zijn, toch is er voor wie gelooft altijd een reden om blij te zijn, te bidden en te danken. Toch, ondanks heel veel. Nochtans, zei men vroeger. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft. ‘Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen. Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus, onzen Heere. Dat staat in Romeinen 8.
Deze houding, die God van zijn gemeente verlangt, is belangrijk om te kunnen doen wat Paulus direct hiervoor en hierna schrijft. Om oog te hebben voor elkaar. Om goed te doen. Om geen kwaad met kwaad te vergelden enz.
Laten wij elkaar eraan blijven herinneren.
Om in alles met God te leven, - in voorspoed dankbaar en in tegenspoed geduldig.
Biddend en dankend.
Tekst: Gerben Noorland