RMU reformatorische vakbond

Christelijke levenswandel

Er wordt van buitenaf met belangstelling naar je gekeken als christen-jongere. Laat
maar eens zien en horen wat je ergens van vindt. De vraag is alleen of je wel weet wat
je te zeggen hebt en hoe je het zegt. Anne Pals daagt je uit om de vragen van anderen
te beantwoorden en die vragen zelf op te roepen met een echt christelijke levenswandel.


Anne Pals is docent aan de Christelijke Hogeschool Ede. Om precies te zijn: docent sociaalrelationele
vaardigheden. Hoe ga je op een goede manier met mensen om? Hoe uit je je  boosheid, kritiek of frustratie? Hoe breng je je mening op een goede manier naar buiten -  vooral als je weet dat anderen het niet met je eens zijn of gewoon niet begrijpen waar je het  over hebt? Dit soort vragen is dagelijkse kost voor Pals en zijn studenten. Tijdens de lessen kruipt Pals regelmatig in de huid van een ander om zijn studenten te bevragen op hun mening. Na afloop staat het zweet niet zelden op de voorhoofden van zijn studenten. Pals: “Het belang van oefensituaties is enorm groot. Veel jongeren leven in een kas met een warm klimaat, een veilige omgeving. Je moet echter de koude wind binnenhalen. De confrontatie aan gaan.”

Confrontatie
Pals vindt het belangrijk dat die confrontatie met de wereld buiten de christelijke kerk goed begeleid wordt. “Hier ligt een enorme taak voor ouders en de school. Ouderen moeten niet alleen iets overdragen in de zin van “zo moet het”. Ze moeten jongeren toerusten; ze laten zien waar het echt op aan komt en niet volstaan met het overdragen van allerlei binnen de groep geldende gedragsregels.” Juist dat blijkt niet altijd eenvoudig te zijn. Pals: “Ouderen hebben meer visie, meer zicht op waarden en normen. Ze weten beter waar ze voor staan. Maar meestal vragen ze zich niet af waarom iets zo is. Onder jongeren is dat omgekeerd. Ze hebben minder visie, maar stellen daarentegen meer vragen.”

Vragen oproepen
Pals wil beide onderdelen bij elkaar houden. Je moet weten waar je voor staat. Tegelijk moet je die mening ook durven bevragen. Als je het zelf niet doet, doen anderen -je niet christelijke collega’s of medestudenten bijvoorbeeld - het wel. Ben je dan daarop niet voorbereid, dan kan dat heel pijnlijk zijn. Pals: “Het is dus belangrijk te weten waar jezelf voor staat en tegelijk om werkelijk doordrongen te zijn van wat er in de wereld leeft. Op die manier kan je een zoutend zout en een lichtend licht zijn.” In die confrontatie met anderen gaat het niet in de eerste plaats om wat en hoe je iets zegt. Hoe je iets voorleeft gaat voor hoe je iets zegt. “Ben je een levende brief, waartegen je woorden gespiegeld worden? Ik hecht meer aan echtheid, dan aan taal, de woorden die je gebruikt. Je leven moet vragen oproepen bij anderen.”

Waarheid
“Ik hoor zo vaak dat mensen opkomen voor de waarheid. In de Bijbel staat dat echter nooit los van het wandelen in de waarheid en van de persoon van Jezus Christus. Ik zie in de praktijk christenen die ’s zondags ontroerd luisteren naar de prediking, maar die doordeweeks bijvoorbeeld keiharde managers zijn. Er is dan geen sprake meer van de heelheid van het leven. Zelf had ik bij een van mijn eerdere banen een chef die behoorlijk corrupt was. Ik heb daar wel eens wat over gezegd, maar ik heb hem tegelijk altijd correct behandeld. Daar heb ik van zijn kant waardering voor gekregen. Het gaat erom dat je zuiver
leeft. Niet dat je pal staat voor een waarheid, maar dat je die waarheid voorleeft. Dan hoef je trouwens ook niet altijd alles precies te weten.”

Vertalen
“Zorg voor oefensituaties”, hamert Pals er nogmaals op. “Vraag je af hoe je jouw mening kan vertalen naar de ander. Je moet dan met de wereld van die ander in aanraking komen. En zorg er voor dat je leven niet haaks staat op je woorden.”

Tekst: RMU
Eerder verschenen in de JongerenSpecial van 1999/2000


Food for thought’
(iets om over na te denken)

We zitten er natuurlijk allemaal mee. Hoe zeg je nu dat je als christen over een bepaald
onderwerp zus en zo denkt. Anne Pals geeft je ‘food for thought’:

 Denk goed na over wat je nu precies vindt over een bepaald onderwerp.
 Vraag je ook af waarom je dat vindt.
 Probeer te weten te komen wat de mening van anderen erover is.
 Oefen je in de confrontatie van je eigen mening met die van anderen.
 Verwoord je mening op een manier die begrijpbaar is.
 Zorg dat je woorden niet haaks staan op je daden.