Jezus volgen - tegenstand en gebed
Ervaar jij in je persoonlijk leven of op je werk tegenstand in het volgen van Jezus? Juist op momenten als je getuigt, spreekt over God is er ook de duivel die tegenstand geeft.
Is dit zo vreemd? Petrus en Johannes wisten er ook van. Laat je bemoedigen door wat God zegt.
‘En als zij gebeden hadden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.’ Handelingen 4 vers 31.
Dat de gemeente van Jezus Christus tegenstand zou ondervinden, hoefde haar niet te verbazen. Dat had Jezus immers zelf al gezegd: ‘Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld…’.
Wij zijn er ons misschien niet altijd bewust van, dat tegenstand er wezenlijk bij hoort als je de Heere Jezus wilt volgen. Maar de eerste gemeente heeft het maar al te goed gemerkt.
Nadat Petrus en Johannes een man die meer dan veertig jaar verlamd was, in de naam van de Heere Jezus genezen hadden, werden ze opgepakt. Ze werden uiteindelijk vrijgelaten door de Joodse religieuze leiders, nadat die hen dreigend hadden verboden om nog langer in de naam van Jezus te spreken en te onderwijzen.
Als Jezus’ leerlingen na deze dreigementen bij elkaar komen, reageren ze heel bijzonder.
Ze beseffen dat deze tegenstand niet in de eerste plaats tegen hen is gericht. Maar tegen God!
Ze ontdekken dat de tegenstand van de politieke en godsdienstige leiders vijandschap is tegen de Heere God en tegen de Zoon van God, Jezus Christus. Het is dus niet allereerst en allermeest tegen henzelf gericht. Ze herkennen in wat hen overkomt in Psalm 2, dat allerlei machten zich inspannen tegen God. Hierover lezen we ook op andere plaatsen in de Bijbel en wij noemen dat dan ‘geestelijke strijd’. Het is voor ons vandaag ook goed om te zien waar de tegenstand tegen Gods werk vandaan komt.
Want als we Gods tegenstander herkennen, als hij ons bedreigt en tegenwerkt, dan mogen we hetzelfde doen als Jezus’ leerlingen toen. Bidden! Zij baden tegen de tegenstand in om Gods kracht. Om het werk van Gods Geest. Zodat zij door konden gaan met hun werk voor God: getuigen over Jezus Christus.
Misschien dat wij geneigd zijn om het gebed tot het laatst te bewaren, als niets anders meer helpen kan. Maar dan moeten wij leren om het gebed als eerste en belangrijkste te gaan zien. Het gaat immers om het werk van God! In onszelf is geen kracht om weerstand te bieden tegen de aanvallen van Gods tegenstander. Of ze nu van buiten of van binnen ons eigen hart komen. Van buiten of van binnen onze werkkring. Maar God hoort zijn gemeente bidden!
Dat hebben de leerlingen toen en daar ervaren. Bij hun bidden kwam de kracht van de Heilige Geest en begon de plaats waar ze bijeen waren te beven. Dat was een teken dat God hun bidden hoorde en dat Hij zelf zijn gemeente vervulde met de Heilige Geest. Waarom? Zodat zij in staat zijn vrijmoedig te (blijven) spreken over Gods evangelie!
Dat deed God toen. Dat wil Hij ook vandaag doen.
Als je bidt, zal Hij je geven!
Tekst: Gerben Noorland
Tip een bekendePrint Is dit zo vreemd? Petrus en Johannes wisten er ook van. Laat je bemoedigen door wat God zegt.
‘En als zij gebeden hadden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.’ Handelingen 4 vers 31.
Dat de gemeente van Jezus Christus tegenstand zou ondervinden, hoefde haar niet te verbazen. Dat had Jezus immers zelf al gezegd: ‘Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld…’.
Wij zijn er ons misschien niet altijd bewust van, dat tegenstand er wezenlijk bij hoort als je de Heere Jezus wilt volgen. Maar de eerste gemeente heeft het maar al te goed gemerkt.
Nadat Petrus en Johannes een man die meer dan veertig jaar verlamd was, in de naam van de Heere Jezus genezen hadden, werden ze opgepakt. Ze werden uiteindelijk vrijgelaten door de Joodse religieuze leiders, nadat die hen dreigend hadden verboden om nog langer in de naam van Jezus te spreken en te onderwijzen.
Als Jezus’ leerlingen na deze dreigementen bij elkaar komen, reageren ze heel bijzonder.
Ze beseffen dat deze tegenstand niet in de eerste plaats tegen hen is gericht. Maar tegen God!
Ze ontdekken dat de tegenstand van de politieke en godsdienstige leiders vijandschap is tegen de Heere God en tegen de Zoon van God, Jezus Christus. Het is dus niet allereerst en allermeest tegen henzelf gericht. Ze herkennen in wat hen overkomt in Psalm 2, dat allerlei machten zich inspannen tegen God. Hierover lezen we ook op andere plaatsen in de Bijbel en wij noemen dat dan ‘geestelijke strijd’. Het is voor ons vandaag ook goed om te zien waar de tegenstand tegen Gods werk vandaan komt.
Want als we Gods tegenstander herkennen, als hij ons bedreigt en tegenwerkt, dan mogen we hetzelfde doen als Jezus’ leerlingen toen. Bidden! Zij baden tegen de tegenstand in om Gods kracht. Om het werk van Gods Geest. Zodat zij door konden gaan met hun werk voor God: getuigen over Jezus Christus.
Misschien dat wij geneigd zijn om het gebed tot het laatst te bewaren, als niets anders meer helpen kan. Maar dan moeten wij leren om het gebed als eerste en belangrijkste te gaan zien. Het gaat immers om het werk van God! In onszelf is geen kracht om weerstand te bieden tegen de aanvallen van Gods tegenstander. Of ze nu van buiten of van binnen ons eigen hart komen. Van buiten of van binnen onze werkkring. Maar God hoort zijn gemeente bidden!
Dat hebben de leerlingen toen en daar ervaren. Bij hun bidden kwam de kracht van de Heilige Geest en begon de plaats waar ze bijeen waren te beven. Dat was een teken dat God hun bidden hoorde en dat Hij zelf zijn gemeente vervulde met de Heilige Geest. Waarom? Zodat zij in staat zijn vrijmoedig te (blijven) spreken over Gods evangelie!
Dat deed God toen. Dat wil Hij ook vandaag doen.
Als je bidt, zal Hij je geven!
Tekst: Gerben Noorland