RMU reformatorische vakbond

Jobhoppen

Jobhoppen, de meningen zijn erover verdeeld. De één vindt het positief, de ander heeft bedenkingen. In de praktijk gebeurt het vooral bij starters op de arbeidsmarkt. De meningen achter jobhoppen en een blik op de praktijk.

Jobhoppen, is voor sommigen een vies woord. De reden daarvan is dat jobhoppers door deze groep gezien worden als wispelturig, op geld belust, gericht op extra’s zoals een auto van de zaak en niet loyaal aan het bedrijf. Het gaat bij jobhoppen om het met een zekere regelmaat, met periodes van één tot twee jaar, van baan en vooral van werkgever wisselen. Wanneer het woord ‘traineeship’ gebruikt wordt, komt alles anders te liggen. Dan ben je een ‘high potential’, waar het bedrijf vanzelfsprekend in wil investeren. De aaneenschakeling van periodes van drie maanden tot twee jaar hebben dan tot doel je een brede ervaring en ruime kennis te geven.

Ervaring
Annelies van Vianen, hoogleraar loopbaancompetenties, nuanceert het negatieve beeld. In het ‘Dagblad van het Noorden’ vertelde ze een tijd terug: “Vroeger zorgde een werkgever als een vader voor je gedurende je hele loopbaan. Dat idee is nu overboord gegooid.” Daar tegenover stelt zij: “De verantwoordelijkheid voor het verloop van de carrière ligt bij de werknemer. Die moet pro-actief en mobiel zijn.” Dit sluit aan bij de uitkomsten van een Belgisch onderzoek onder ruim vijfhonderd personeels- en financieel managers. Ruim een derde van deze groep omschrijft veelvuldige baanwisseling na korte periodes, inderdaad als jobhoppen. Een groter gedeelte vindt juist dat dit ervaring oplevert. Daarnaast zegt een kwart van de managers dat het totaal niet uitmaakt. Maar, is de kanttekening, na een baan of vijf moet iemand wel weten wat hij wil. Tijdens een sollicitatie moet er wel een goed verhaal achter de reden van de sollicitatie liggen.

Perspectief
Bij veel opleidingen ligt het functieperspectief vast. Een kraamverzorgende bijvoorbeeld wordt opgeleid voor het werken bij een kraamzorginstelling. Niveau en perspectief van de functie liggen vast. Bij andere opleidingen en functies is er nog wel een opbouw te zien, bijvoorbeeld bij automonteurs: functies als leerling-monteur, eerste of tweede monteur, etc. Verandering van functie kan in dit laatste geval vaak pas na vele jaren, of door over te stappen naar een andere werkgever. Voor heel wat functies, zoals die van kraamverzorgende, is een verandering pas mogelijk na een andere opleiding of het halen van deelcertificaten, die het mogelijk maken in andere zorgsectoren te werken.

Praktijk
Wat betekent dit nu in de praktijk? Hiervoor is het oor te luister gelegd bij enkele jongeren die aan het begin van hun carrière staan. Gerben Noorland, 19 jaar, student Vastgoed & Makelaardij aan de Hogeschool van Rotterdam en Jenno Priester, eveneens 19 jaar oud en tweedejaars student van de opleiding Communicatie aan dezelfde Hogeschool. Beide studenten geven met enige aarzeling aan wat jobhoppen in hun ogen is. Ze komen uit op “snelle wisselingen van baan.” Directe ervaring met hoppen hebben ze niet, hoewel Gerben na het afronden van zijn mbo-opleiding commerciële economie/marketing direct doorgestroomd is naar een volgende opleiding. Zijn directe toekomstperspectief is nog onduidelijk. Via projecten en werkstages wil hij een richting kiezen waarin hij verder wil gaan. Dit betekent dat Gerben tijdens zijn studie al brede ervaring denkt op te gaan doen.

Voor Jenno ligt dat niet veel anders. Ook hij heeft de stap van mbo naar hbo gemaakt. Jenno: “Ik ben daarnaast verschillende keren van bijbaan geswitcht. Ik heb dit als positief ervaren omdat je weer fris kan beginnen in een geheel nieuwe werksituatie.” Op het cv van de 19-jarige student staat onder meer een baantje bij de AH, chef van een pizzeria en werkzaamheden bij een verkeersbordenfabriek.
Gerben kan bogen op stages bij ABN AMRO en Ernst & Young en heeft zijn handen onder meer uit de mouwen gestoken in een groentezaak, bij een boomkweker en in een doe-het-zelfzaak. Op dit moment is hij enkele avonden per week privé-chauffeur en valet-parker.

Sectorverschillen
De studenten met bijbaanjobhopervaring volgen een verschillende opleiding met in hun ogen een verschillend jobhopperspectief. Jenno ziet dat zeker gebeuren in de sector van zijn keuze: “In de marketing- en communicatiesector wordt veel gejobhopt. Het verloop bij bedrijven is hoog.” Het beïnvloedt zijn keuze voor een bepaalde sector zeker niet: “Ik zal me er niet aan storen en bekijk het van de positieve kant. Het zorgt voor afwisseling.”
De inschatting van Gerben is dat hij in een honkvaste sector terecht komt. Gerben: “Je opereert grotendeels per land of regio en het zijn meestal ook projecten die een relatief lange looptijd hebben in verband met projectontwikkeling en huurcontracten.”

Ook is aan beide studenten de vraag voorgelegd of een werkgever jobhoppen kan voorkomen. Beiden denken van wel en noemen goede primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. Niet minder belangrijk is volgens beiden de onderlinge omgang tussen personeel. Sfeer, cultuur en communicatie dus als bindende factor. Dat houdt een baan en werkgever interessant. Werkgevers kunnen hun winst doen met dit gegeven om straks een nieuwe lichting afgestudeerde studenten als werknemers binnen te halen en te behouden.

Tekst: André Lagendijk