RMU reformatorische vakbond

Aandacht taal / rekenen niet ten koste van andere vakken

03.06.2010
De extra aandacht voor taal en rekenen gaat niet ten koste van de andere vakken. Afhankelijk van de populatie besteden scholen 40 tot 60% van de beschikbare onderwijstijd aan deze twee vakken. De rest van de tijd komen de andere vakken aan bod zoals aardrijkskunde, geschiedenis, lichamelijke oefening en expressie. Er zijn de Onderwijsinspectie geen signalen bekend dat bepaalde vakken onvoldoende aan bod komen.

Minister André Rouvoet (Onderwijs) zegt dit in antwoord op vragen van Kamerlid Bas van der Vlies (SGP).

De vertrekkende fractievoorzitter had de minister geconfronteerd met een krantenartikel waarin Herman Godlieb, directeur van een Groningse basisschool, harde kritiek uitte op het beleid van de overheid om scholen af te rekenen op hun opbrengsten. Godlieb is van mening, verwijzend naar eigen en wetenschappelijk onderzoek, dat er geen directe relatie aantoonbaar is tussen de prestaties en de onderwijskwaliteit van een school. De focus ligt ten onrechte te veel op taal en rekenen.

Dat laatste vindt Rouvoet terecht. "Uit internationaal vergelijkend onderzoek zien we dat de prestaties van Nederland bij lezen en rekenen terugzakken. Vanuit dat perspectief gezien is de aandacht die deze vakken krijgen in het nationale beleid zonder meer gewenst. Ook is het terecht dat deze basisvaardigheden een belangrijk deel van het curriculum uitmaken. Voor de verdere schoolloopbaan van leerlingen is een goede beheersing van de basisvaardigheden onontbeerlijk", aldus de minister.

De minister bestrijdt ook dat er onvoldoende wetenschappelijk fundament is voor de methodiek om de opbrengsten van scholen te meten. Bovendien onderhoudt de inspectie niet alleen contacten met de wetenschap om de methodiek te evalueren, maar vindt er ook overleg plaats met vertegenwoordigers van het onderwijsveld. Dat kan leiden tot aanpassingen. Dat is bijvoorbeeld gebeurd bij de beoordeling van de opbrengsten van kleine scholen.

In het kader van het jaarlijkse Onderwijsverslag onderzoekt de inspectie op basis van een representatieve steekproef de onderwijskwaliteit. Niet alleen aan de hand van de opbrengsten, maar o.a. ook het aanbod, het onderwijsleerproces, de leerlingzorg, de kwaliteitszorg en de naleving van wet- en regelgeving. "Deze monitoring biedt op stelselniveau goede aangrijpingspunten om tijdig maatregelen te kunnen treffen indien mocht blijken dat de kwaliteit van het onderwijs achteruit gaat."

Bron: Besturenraad, 3 juni 2010