Bedrijfsleven negeert uitstroom naoorlogse generatie
26.04.2010Nederlandse bedrijven houden er geen rekening mee dat er op korte termijn een grote groep medewerkers gaat uitstromen. Slechts 27 procent van de organisaties benoemt de aanstaande massale uitstroom van oudere werknemers (babyboomgeneratie) als een vraagstuk. Dit is een van de conclusies die organisatie-adviesbureau Berenschot trekt in het tweejaarlijkse onderzoek 'Ken- en stuurgetallen personeelsmanagement 2010.'
In 2007 lag het percentage organisaties dat rekening houdt met de vergrijzing nog op 41 procent. Het lijkt er dan ook op dat de organisaties die meededen aan het onderzoek optimistischer zijn over de gevolgen van vergrijzing, omdat ze de gevolgen ervan minder voelen dan tijdens een hoogconjunctuur. Dit beeld wordt bevestigd door de afname van het aantal organisaties dat leeftijdsbewust personeelsbeleid als beleidsprioriteit koos: van 31 procent in 2007 naar 22 procent in 2009. Het is de vraag of organisaties de gevolgen van vergrijzing daardoor niet des ter harder zullen voelen als de economie weer aantrekt.
Minder schaarste in specifieke functiecategorieën
Opvallend is verder dat de organisaties veel minder schaarste verwachten in specifieke functiecategorieën. Waar in 2007 nog 80 procent van de bedrijven dacht dat deze schaarste een probleem zou worden binnen de organisatie, is dit percentage in 2009 gedaald naar 48 procent. Slechts 12 procent van de organisaties voorziet een personeelstekort binnen de gehele organisatie.
Representatief en actueel
Het onderzoeksrapport 'Ken- en stuurgetallen personeelsmanagement 2010' meet prestaties op het gebied van in- en uitstroom van personeel, verzuimmanagement, opleidingen, personeelsbezetting en budgetten. De onderzoeksresultaten zijn opgesteld op basis van beleidsgegevens van 99 Nederlandse organisaties, zowel profit als non-profit. Het in boekvorm gegoten onderzoek is representatief en actueel: de cijfers van vorig jaar staan centraal en de onderzoekers blikken vooruit naar de periode 2009-2011.
HR-directeur Jean Nijsten van Ernst & Young vindt het interessant om te zien wat er gebeurt als de economie weer aantrekt: "Je wilt dan niet dat werknemers ineens allemaal vertrekken. Daarom: in goede tijden moet je een goed werkgever zijn, in slechte tijden een nog betere." Directeur P&O Rob Cozzi van de Radboud Universiteit in Nijmegen plaatst kanttekeningen bij cao's die volgens hem vaak niet (meer) passen bij de sector waar ze voor gelden: 'Het zijn cao's van wantrouwen geworden in plaats van cao's van vertrouwen."
Visie RMU
De RMU onderstreept het belang van deze conclusies. Wat te denken van het feit dat jaarlijks 250.000 naoorlogse medewerkers met pensioen gaan? Ze worden vervangen door ‘slechts’ 200.000 schoolverlaters. Dat is een kennisuitstroom van 30 – 40 jaar. Leeftijdsbewust personeelsbeleid anticipeert op deze ontwikkelingen. De ervaring leert dat het voor een organisatie bovendien gezond is om een balans tussen “jonge honden” te hebben naast een kern van ervaren en stabiele oudere medewerkers. Dat zorgt enerzijds voor creativiteit en prikkeling tot vernieuwing en behoedt daarnaast voor te veel enthousiasme.
Uit onderzoek blijkt verder dat ondernemers op termijn willen dat het personeelsbestand bestaat uit een flinke schil van 25% aan, tijdelijke-, oproepkrachten en zzp-ers om mee kunnen ademen met de conjunctuur. De moderne werknemer zoekt daarnaast een flexibele werkplek en wil output gericht kunnen werken. Daar valt wat voor te zeggen binnen gezonde bandbreedtes en controlemogelijkheden. Payroll bedrijven haken hier op in door niet alleen de personeelsadministratie en - betaling op zich te nemen maar ook door wezenlijk werknemers in dienst te nemen! MKB-bedrijven kunnen van deze diensten gebruik maken door (tijdelijk) interessante projecten aan te bieden. De vraag is wel of het niet veel beter is om via interne loopbaanontwikkeling gedreven en enthousiaste mensen in dienst te hebben. Een minimale flexibele schil is aan te bevelen.
Bron: Berenschot en RMU