Bezuinigen bij de waterschappen: meer met minder
26.01.2011Het jaar 2011 lijkt een jaar van forse ingrepen bij de overheid te worden. Al voor de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen dacht men na over maatregelen om de kosten te drukken.
Verschillende politieke partijen hadden daarbij drastisch snijden in het ambtenarenapparaat en het afstoten van taken van middel tot doel verheven. In dat proces werd de positie van de waterschappen ook vaak ter discussie gesteld.
Wat betreft organisatie en financiering van het waterbeheer is Nederland uniek in de wereld. Waterschappen heffen zelf hun belastingen waardoor dit geld apart gehouden wordt voor waterveiligheid, droogte, grondwater en waterkwaliteit. In het buitenland kijkt men hier vaak jaloers naar. Niet vreemd als je realiseert hoeveel schade bijvoorbeeld overstromingen veroorzaken. Inmiddels is deze storm geluwd.
De bezuinigingen gaan de waterschappen niet voorbij. Dat dit niet tot een ontslaggolf leidt, heeft vooral te maken met de uitbreiding van taken. Maatregelen op grond van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en sinds kort het Deltaprogramma leiden zelfs tot veel meer werk voor de waterschappen. Ook voor bezuinigingen uit het regeerakkoord nemen de waterschappen hun verantwoordelijkheid.
Zo ontlasten ze de rijksbegroting door gezamenlijk € 100 miljoen voor hun rekening te nemen in het hoogwaterbeschermingsprogramma voor primaire waterkeringen. Voorheen werd dit vanuit het rijk bekostigd. Intensievere samenwerking in de waterketen - tussen drinkwater en gezuiverd afvalwater – moet leiden tot nog grotere besparingen.
Dit alles betekent dat de waterschappen – al ruim 700 jaar actief – nog steeds vernieuwen, investeren, innoveren en besparen. Onder het motto “Meer voor minder” zetten ze zich in om voorzieningen en kwaliteitsniveau minimaal te handhaven. De extra taken die naar de waterschappen toe gaan, leiden daarbij nauwelijks tot kostenverhoging. Samengevat: veel extra taken en hogere kosten, terwijl daar nauwelijks extra inkomsten tegenover staan. Een vorm van bezuinigen die minder in het oog springt, maar niet minder druk op de waterschappers legt.
Tekst: Koos van der Ree Doolaard
Verschillende politieke partijen hadden daarbij drastisch snijden in het ambtenarenapparaat en het afstoten van taken van middel tot doel verheven. In dat proces werd de positie van de waterschappen ook vaak ter discussie gesteld.
Wat betreft organisatie en financiering van het waterbeheer is Nederland uniek in de wereld. Waterschappen heffen zelf hun belastingen waardoor dit geld apart gehouden wordt voor waterveiligheid, droogte, grondwater en waterkwaliteit. In het buitenland kijkt men hier vaak jaloers naar. Niet vreemd als je realiseert hoeveel schade bijvoorbeeld overstromingen veroorzaken. Inmiddels is deze storm geluwd.
De bezuinigingen gaan de waterschappen niet voorbij. Dat dit niet tot een ontslaggolf leidt, heeft vooral te maken met de uitbreiding van taken. Maatregelen op grond van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en sinds kort het Deltaprogramma leiden zelfs tot veel meer werk voor de waterschappen. Ook voor bezuinigingen uit het regeerakkoord nemen de waterschappen hun verantwoordelijkheid.
Zo ontlasten ze de rijksbegroting door gezamenlijk € 100 miljoen voor hun rekening te nemen in het hoogwaterbeschermingsprogramma voor primaire waterkeringen. Voorheen werd dit vanuit het rijk bekostigd. Intensievere samenwerking in de waterketen - tussen drinkwater en gezuiverd afvalwater – moet leiden tot nog grotere besparingen.
Dit alles betekent dat de waterschappen – al ruim 700 jaar actief – nog steeds vernieuwen, investeren, innoveren en besparen. Onder het motto “Meer voor minder” zetten ze zich in om voorzieningen en kwaliteitsniveau minimaal te handhaven. De extra taken die naar de waterschappen toe gaan, leiden daarbij nauwelijks tot kostenverhoging. Samengevat: veel extra taken en hogere kosten, terwijl daar nauwelijks extra inkomsten tegenover staan. Een vorm van bezuinigen die minder in het oog springt, maar niet minder druk op de waterschappers legt.
Tekst: Koos van der Ree Doolaard
« Terug
Tip een bekendePrint