RMU reformatorische vakbond

Gymnasia: van status naar kwaliteit

31.03.2011
Scholen waar de gymnasiumafdeling niet gedragen wordt door de hele school en de resultaten slecht zijn, moeten gaan kiezen, concludeert hoogleraar Sietske Waslander in het onderzoek De toren van Jenga dat zij uitvoerde voor de Belangengroep Gymnasiale Vorming van de AOb. "Het vertrek van ervaren classici en het aanstaande tekort aan leraren roept de vraag op of alle scholengemeenschappen die op dit moment gymnasiaal onderwijs aanbieden, dat in de nabije toekomst ook nog kunnen doen."

De resultaten van het vak Latijn vallen tegen, zowel op zelfstandige gymnasia als gymnasiumafdelingen. Het gemiddelde cijfer op het centraal examen daalde de laatste jaren van 6,5 naar 5,8. De verschillen tussen scholen zijn echter enorm. In het rapport wordt gesignaleerd dat scholen die hun gymnasiumafdeling voor ouders en leerlingen herkenbaar neerzetten en een prestatiegerichte ‘gymnasiumcultuur’ nastreven, wel goede resultaten boeken. Daartegenover stonden scholen waar Latijn min of meer een extra vak is bij het atheneum, zonder speciale status. Door het ontbreken van draagvlak in de hele school hangen de klassieke talen er een beetje bij.

Kijkend naar de resultaten bij Latijn moeten de gymnasiumafdelingen zich volgens Waslander serieus af gaan vragen of er niet een ondergrens voor de kwaliteit moet worden vastgesteld. "Er is een collectief belang om verschillen tussen scholen niet te groot te laten worden. In de praktijk betekent dat vooral het bewaken en verhogen van de ondergrens."

Math Ossenforth, voorzitter van de Belangengroep Gymnasiale Vorming van de AOb en docent klassieke talen, is blij met het rapport, dat volgens hem inderdaad tot scherpe keuzes dwingt. "Ik denk dat we inderdaad moeten streven naar een gouden standaard, een kwaliteitsnorm waar alle gymnasia, of het nu zelfstandige zijn of afdelingen op een scholengemeenschap, aan moeten voldoen."

Classici nodig
Een klassieke opleiding is populair. In 2003 bestonden de derde en vierde klassen van het vwo volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek nog voor 19 procent uit gymnasiasten. In 2009 was dat al opgelopen tot 25 procent. De groei van het marktaandeel weerspiegelt zich ook in het totaal aantal leerlingen. In de afgelopen acht jaar nam het aantal gymnasiasten toe van iets meer dan 56.000 tot ruim boven de 60.000.

Die toename komt helemaal voor rekening van de zelfstandige gymnasia. Zij zagen tussen 2002 en 2010 hun leerlingenaantal met 25 procent groeien tot ongeveer 28.400. De gymnasiumafdelingen op scholengemeenschappen krompen in diezelfde periode met 4 procent tot rond de 32.000 nu. In de tussentijd is het tweetalig vwo meer dan verdriedubbeld van ongeveer 5.000 naar 17.650.

Tot groot enthousiasme om klassieke talen te gaan studeren leidt de toename van het aantal gymnasiumleerlingen overigens niet. De laatste tien jaar schommelt het aantal eerstejaars op de universiteiten steevast rond de zeventig, lang niet genoeg om de komende pensioengolf van docenten Grieks en Latijn op te vangen.

Bron: Algemene Onderwijsbond, 25 maart 2011

Zie ook: www.drs-online.nl