RMU reformatorische vakbond

Iedereen neem Trouw-oordeel serieus

11.05.2010
​De jaarlijkse schoolprestaties die in Trouw worden gepubliceerd beïnvloeden de schoolkeuze van ouders en leerlingen. Daarnaast verbeteren schoolbesturen en docenten hun onderwijsprestaties na een negatief Trouw-oordeel. Dit concluderen de CPB-onderzoekers Pierre Koning en Karen van der Wiel.

Sinds 1996 publiceert Trouw op basis van een eigen bewerking van gegevens van de Onderwijsinspectie jaarlijks een ranglijst van middelbare scholen. Anders dan de Inspectie kent Trouw een eindoordeel toe aan ieder schooltype dat een school aanbiedt. Dit eindoordeel is een gewogen gemiddelde van drie kwaliteitsindicatoren van de Inspectie, waarna correctie plaatsvindt voor enkele kenmerken van de instromende leerlingen. De drie kwaliteitsindicatoren die Trouw gebruikt, zijn: het ‘onderbouw-rendement’, het ‘bovenbouw-rendement’ en het gemiddelde cijfer voor het centraal schriftelijk eindexamen (CE). Trouw corrigeert o.a. voor het percentage leerlingen op een school dat behoort tot een culturele minderheid. Vervolgens verdeelt Trouw alle scholen over vijf opeenvolgende categorieën: “– – ”, “– ”, “0”, “+” en “++”. Dit is ook het oordeel dat uiteindelijk de meeste aandacht krijgt.

Effect op schoolkeuze
Onderzoek geeft aan dat de instroom van leerlingen echt afhangt van de beoordeling door Trouw. De effecten zijn het sterkst bij het Vwo-onderwijs. Hierbij leidt de meest positieve beoordeling tot gemiddeld 16 extra leerlingen, vergeleken met scholen in de middencategorie. Blijkbaar vinden (de ouders van) Vwo-leerlingen kwaliteit belangrijker dan Vmbo- en Havo-leerlingen, of zijn zij beter in het vinden van de relevante informatie.

Om deze reden kan scholen er het nodige aan gelegen zijn hun kwaliteit op peil te houden of te verbeteren. Scholen zullen enigszins verrast zijn wanneer zij de meest positieve dan wel de meest negatieve score van Trouw ontvangen. Het blijkt dat scholen na publicatie van de meest negatieve score door Trouw gedurende langere tijd beter presteren. Dit geldt met name voor het rendement van de bovenbouw en bij het gemiddelde CE-cijfer. Het is dus niet zo dat scholen na een negatief oordeel in een neerwaartse spiraal geraken. Andersom treedt een tegengesteld effect op: na het meest positieve oordeel hebben scholen moeite hun kwaliteit op peil te houden.

Opties voor verbetering
De kwaliteitsinformatie van Trouw maakt verschil, maar dat wil nog niet zeggen dat het in alle opzichten ook een accuraat kwaliteitsoordeel is. Bedacht moet worden dat ieder jaar slechts 1% van de scholen een extreme score (“– –” of “++”) toebedeeld krijgt. In de regel keren deze scholen in daarop volgende jaren terug naar gematigdere scores. Het is dus de vraag of het Trouw-oordeel in deze categorieën een goed beeld geeft. Dit euvel is deels te voorkomen door de kwaliteitsindicatoren die het eindoordeel bepalen, te middelen over meerdere jaren, of door de vijf categorieën gelijkmatiger te verdelen.

Bron: Persbericht CPB, 11 mei 2010