Inspectie: "Kwaliteit onderwijs neemt verder toe"
23.04.2010De Onderwijsinspectie ziet dat de basiskwaliteit van het onderwijs over de hele linie iets verbetert. Zo neemt het aantal zeer zwakke en zwakke scholen in bijna alle onderwijssoorten af. Toch moeten leerlingen die voor hun ontwikkeling het meest aangewezen zijn op goed onderwijs, dat het vaakst ontberen. De inspectie ziet in alle sectoren ruimte voor verbetering. Dit blijkt uit het Onderwijsverslag 2008/2009.
Een kwart van de basisscholen werkt voor rekenen en wiskunde prestatiegericht (ook wel opbrengstgericht genoemd). Deze scholen stellen duidelijke doelen voor alle leerlingen, analyseren problemen van leerlingen die de doelen niet halen en slagen er vaak in die te verhelpen door goede leerlingenzorg. Op deze scholen presteren leerlingen beter dan op scholen die minder kritisch kijken naar wat ze met hun leerlingen bereiken.
Zelfreflectie
De inspectie ziet nog te vaak dat zwakke en zeer zwakke scholen de oorzaak van slechte prestaties ten onrechte bij de leerlingen leggen. De inspectie pleit voor de invoering van verplichte toetsen op verschillende momenten in de schoolloopbaan van leerlingen. Dat kan scholen helpen om kritisch naar zichzelf te kijken en zich te vergelijken met andere scholen.
Naleven van regels
Leerlingen hebben recht op voldoende onderwijstijd. Uit onderzoek van de inspectie blijkt dat tweederde van de scholen in het voortgezet onderwijs zich houdt aan de huidige urennorm. Dit is een verbetering ten opzichte van voorgaande jaren, maar nog niet voldoende.
Ook leven veel scholen de regelgeving rond specifieke zorg onvoldoende na. Wettelijk verplichte handelingsplannen voor zorgleerlingen ontbreken op de helft van de middelbare scholen. De formulering van de handelingsplannen moet volgens de inspectie ook doelgerichter, evenals het afleggen van verantwoording aan de ouders.
Achterstandsleerlingen
De zwakke en zeer zwakke scholen bevinden zich vooral in het noorden van het land en in de vier grote steden. Leerlingen op deze scholen komen vaker uit autochtone of allochtone achterstandsgroepen en hebben goed onderwijs juist hard nodig voor hun ontwikkeling. De inspectie vindt dat besturen, scholen en leraren de risico’s en tekortkomingen in het onderwijs voortvarender moeten aanpakken. Ervaringen van de inspectie met zeer zwakke scholen laten zien dat maatregelen van besturen in korte tijd grote verbeteringen kunnen bewerkstelligen.
Prestatiegericht
In het algemeen benadrukt de inspectie dat besturen, scholen en leraren blijvend de kwaliteit van het onderwijs moeten bewaken, meer prestatiegericht moeten gaan werken en in gesprek moeten blijven over het naleven van de regels die vanuit de overheid worden gesteld.
Bron: Onderwijsverslag 2008/2009, Onderwijsinspectie, 21 april 2010
Een kwart van de basisscholen werkt voor rekenen en wiskunde prestatiegericht (ook wel opbrengstgericht genoemd). Deze scholen stellen duidelijke doelen voor alle leerlingen, analyseren problemen van leerlingen die de doelen niet halen en slagen er vaak in die te verhelpen door goede leerlingenzorg. Op deze scholen presteren leerlingen beter dan op scholen die minder kritisch kijken naar wat ze met hun leerlingen bereiken.
Zelfreflectie
De inspectie ziet nog te vaak dat zwakke en zeer zwakke scholen de oorzaak van slechte prestaties ten onrechte bij de leerlingen leggen. De inspectie pleit voor de invoering van verplichte toetsen op verschillende momenten in de schoolloopbaan van leerlingen. Dat kan scholen helpen om kritisch naar zichzelf te kijken en zich te vergelijken met andere scholen.
Naleven van regels
Leerlingen hebben recht op voldoende onderwijstijd. Uit onderzoek van de inspectie blijkt dat tweederde van de scholen in het voortgezet onderwijs zich houdt aan de huidige urennorm. Dit is een verbetering ten opzichte van voorgaande jaren, maar nog niet voldoende.
Ook leven veel scholen de regelgeving rond specifieke zorg onvoldoende na. Wettelijk verplichte handelingsplannen voor zorgleerlingen ontbreken op de helft van de middelbare scholen. De formulering van de handelingsplannen moet volgens de inspectie ook doelgerichter, evenals het afleggen van verantwoording aan de ouders.
Achterstandsleerlingen
De zwakke en zeer zwakke scholen bevinden zich vooral in het noorden van het land en in de vier grote steden. Leerlingen op deze scholen komen vaker uit autochtone of allochtone achterstandsgroepen en hebben goed onderwijs juist hard nodig voor hun ontwikkeling. De inspectie vindt dat besturen, scholen en leraren de risico’s en tekortkomingen in het onderwijs voortvarender moeten aanpakken. Ervaringen van de inspectie met zeer zwakke scholen laten zien dat maatregelen van besturen in korte tijd grote verbeteringen kunnen bewerkstelligen.
Prestatiegericht
In het algemeen benadrukt de inspectie dat besturen, scholen en leraren blijvend de kwaliteit van het onderwijs moeten bewaken, meer prestatiegericht moeten gaan werken en in gesprek moeten blijven over het naleven van de regels die vanuit de overheid worden gesteld.
Bron: Onderwijsverslag 2008/2009, Onderwijsinspectie, 21 april 2010
« Terug
Tip een bekendePrint