RMU reformatorische vakbond

Kerkgang en Bijbellezen hebben geen effect

30.09.2010

​Kerkgang en Bijbellezen hebben geen effect op naastenliefde in het werk

“Reformatorische werknemers tonen meer naastenliefde wanneer ze intrinsieke genegenheid hebben tot het christelijk geloof” aldus de hoofdconclusie uit een onderzoek dat is uitgevoerd door de Erasmus Universiteit Rotterdam in samenwerking met de Reformatorische Maatschappelijke Unie (RMU). Deze genegenheid of betrokkenheid leidt tot een hogere naastenliefde op het werk, terwijl gedrag op het gebied van kerkgang, Bijbellezen en bidden, geen effect toont.

Op dezelfde dag dat de RMU een congres organiseert omtrent het thema ‘Integriteit op de werkvloer’ worden de resultaten gepresenteerd van een onderzoek wat uitgevoerd is onder 2000 RMU-leden. Het doel van het onderzoek is om na te gaan of er een relatie bestaat tussen Christelijke religie enerzijds en naastenliefde in het werk onder reformatorische werknemers anderzijds.

Onderzoek
In de maand juni zijn RMU-leden benaderd om deel te nemen aan dit onderzoek. Bijna 400 enquêtes zijn terugontvangen. Christelijke religie is daarbij onderverdeeld in drie componenten: visie op orthodox-protestantse dogma’s, genegenheid tot de Christelijke religie, en gedrag met betrekking tot religieuze zaken.

Hoofdconclusie onderzoek
Met betrekking tot de relatie tussen Christelijk religie en naastenliefde luidt de hoofdconclusie als volgt ‘Het onderzoek duidt aan dat alleen de genegenheid tot de Christelijke religie zorgt voor een positief effect op naastenliefde’. Deze belangrijke uitkomst onderstreept de noodzaak dat naastenliefde vanuit het hart moet komen. Zaken als kerkgang en Bijbellezen, de visie die een persoon heeft, zijn niet normerend voor de mate van naastenliefde. Volgens de onderzoekers is dit ook de essentie die de Bijbel geeft: “het gaat niet om ‘wettisch gedrag’ maar om het feit dat iemands leven is ingericht op een dienstbaar leven richting God en richting de naaste”.

Integriteit op de werkvloer
Als het gaat om de mate van naastenliefde vinden reformatorische werknemers het moeilijker om zaken van hun naaste te vergeven of altruïstisch, onzelfzuchtig gedrag te vertonen dan hun eigen gedrag in te richten naar de christelijke maatstaven. Dit blijkt uit de resultaten die betrekking hebben op de integriteit op de werkvloer. 97,6% van de reformatorische werknemers zal nooit of zelden hun collega een hak zetten. Dit is beduidend lager als het gaat om het vertonen van altruïstisch gedrag. 74,9% van de reformatorische werknemers zal opkomen voor een collega wanneer deze gekwetst wordt vanwege zijn of haar principes.
Verder hebben de onderzoekers een vergelijking gemaakt tussen de resultaten van reformatorische werknemers in respectievelijk een niet-christelijke, algemeen-christelijke en een reformatorische werkomgeving. De verschillen tussen deze onderzoeken zijn van dusdanig kleine aard, dat geconcludeerd kan worden de algemene signatuur van de organisatieomgeving geen invloed heeft op de mate van naastenliefde. Het puur om het feit hoe het individu zich gedraagt.

Het onderzoek is uitgevoerd door Tony Dingemanse als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit, waarbij hij begeleidt is door prof. dr. Muel Kaptein, hoogleraar bedrijfsethiek en dr. ir. Henk de Vries, universitair hoofddocent standaardisatie en normalisatie, beiden aan de Rotterdam School of Management, Erasmus University.

________________________________________

Noot voor redactie

RMU
Postbus 900
3900 AX VEENENDAAL
T (0318) 54 30 30
E info@rmu.org
I www.rmu.org

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Tony Dingemanse, onderzoeker Erasmus Universiteit: (06) 41 75 24 47 of tonydingemanse@gmail.com 
Peter Schalk, Raad van Bestuur: (06) 54 37 68 56
Arne Schaddelee, Manager Communicatie & PR: (06) 57 57 21 98