Keuzevrijheid of discriminatie?
01.02.2011U heeft een vacature voor een medewerker buitendienst. In uw hoofd heeft u al een plaatje van het type werknemer dat u zoekt. Het zou wel handig zijn om dit in de vacature te vermelden, zodat u geen sollicitatiebrieven krijgt van werknemers die niet passen binnen het profiel dat u in gedachten heeft. Maar het staat u bij dat dit niet is toegestaan. Hoe zit dit ook al weer?
Gelijke behandelingswetgeving
In de Algemene Wet Gelijke behandeling is opgenomen dat het maken van onderscheid op grond van onder andere godsdienst, nationaliteit, levensovertuiging en politieke gezindheid niet is toegestaan. Naast de AWGB gelden ten aanzien van de sollicitant discriminatieverboden die zijn vastgelegd in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte en in de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, beroep en beroepsonderwijs.
30- of 30+?
In een vacature vermelden dat u op zoek bent naar een werknemer jonger dan 30 jaar is niet toegestaan. Verder mag u geen sollicitanten weren op grond van godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid. Maar stel u heeft een werknemer nodig die vloeiend Nederlands spreekt. Deze eis kan problemen opleveren voor allochtonen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen. Mag u dan een allochtone werknemer niet afwijzen vanwege zijn taalvaardigheid?
Uitzondering discriminatieverbod
Duidelijk is dat u een sollicitant niet mag afwijzen om zijn godsdienst, geslacht, leeftijd of ras als zodanig. Het maken van indirect onderscheid is in sommige situaties wel toegestaan. In de AWGB is opgenomen dat indirect onderscheid objectief gerechtvaardigd kan zijn. Het onderscheid moet worden gerechtvaardigd door een legitiem doel. De onderscheidende regeling dient bij het doel te passen en moet zowel redelijk als noodzakelijk zijn.
Uitspraak CGB onderscheid naar ras
Een Roemeense vrouw werkt via een bemiddelingsbureau als gastouder. Het bemiddelingsbureau besluit niet meer voor haar te bemiddelen, omdat haar (buitenlandse) diploma niet aan de eisen van de wet voldoet. Aangezien het met name mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit zijn die een buitenlands diploma hebben, worden deze mensen bijzonder getroffen, doordat het bemiddelingsbureau rekening houdt met de bepalingen over voor de functie kwalificerende diploma’s.
Het bemiddelingsbureau dient wettelijk vastgestelde diploma-eisen te volgen. Op grond van deze bepalingen geldt dat het Roemeense diploma van de vrouw niet voldoet voor de functie van gastouder, omdat alleen Nederlandse diploma’s kwalificeren. Nu het bemiddelingsbureau bij de aanmelding van gastouders in het landelijk register gehouden is om de wettelijke voorschriften uit de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de daarop berustende regelgeving na te leven en op dit punt geen keuzevrijheid heeft, is het gemaakte onderscheid op grond van ras bij de arbeidsbemiddeling objectief gerechtvaardigd. In deze situatie is er dan ook geen sprake is van verboden onderscheid op grond van nationaliteit.
Conclusie
In beginsel is het maken van onderscheid ten aanzien van werknemers c.q. sollicitanten niet toegestaan. Uitzondering van deze hoofdregel is mogelijk wanneer hiervoor een objectieve reden aanwezig is. Het stellen van bijvoorbeeld een taaleis is slechts toegestaan wanneer dit nodig is voor de functievervulling.
Bron: Marieke van de Beek, juridisch medewerker RMU