Krimp bedreigt kwaliteit onderwijs
27.10.2010Tussen 2010 en 2015 krimpt in Groningen, Friesland, Drenthe, Gelderland en Limburg het aantal leerlingen van basisscholen naar verwachting met ongeveer twaalf procent. Landelijk ligt het gemiddelde waarschijnlijk op zeven procent. Vanaf 2015 krijgt ook het voortgezet onderwijs met een sterke krimp te maken. Dat blijkt uit de prognoseanalyse ‘Krimp als kans. Leerlingendaling in het primair en voortgezet onderwijs’ van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) uit Den Haag.
Veel scholen springen al op deze ontwikkelingen in. Met kennis over de verwachte daling van leerlingenaantallen kunnen scholen gerichter inspelen op toekomstige verwachte personele en materiële problemen. In de publicatie zijn zij ook aan het woord over hun oplossingsstrategieën.
SBO-directeur Freddy Weima: ‘Als het leerlingenaantal terugloopt, daalt ook de rijksbijdrage die sterk gebaseerd is op het aantal inschrijvingen. Samen met de lopende en komende bezuinigingen op onderwijs, wordt dat een hard gelag voor scholen. De financiële problemen hebben ook personele gevolgen. Zo kunnen scholen waarschijnlijk moeilijk voldoende leraren vasthouden voor de vele vacatures die door de vergrijzing over twee, drie jaar weer gaan ontstaan.’
Regionale verschillen
Waar vijf provincies al te maken hebben met een leerlingenkrimp, kennen Utrecht en Flevoland nu nog een groei. Dat geldt ook voor de grote steden terwijl in de omliggende gemeenten en op het platteland het leerlingenaantal daalt. Landelijk heeft de helft van de basisscholen nu al te maken met krimp en deze krimp breidt zich uit over het grootste gedeelte van het land. De trend zet zich in 2016 door in het vo, maar ook daar met regionale en lokale verschillen. Daarom zullen scholen op regionaal niveau naar oplossingen op maat moeten (blijven) zoeken.
Onderwijskwaliteit
Dalingen van het leerlingenaantal zorgen voor toenemende problemen voor scholen. Omdat de rijksbijdrage afneemt, leidt het nu al tot bijvoorbeeld het vormen van combinatiegroepen, het snijden in ‘remedial teaching’en het opheffen van kleine basisscholen. Hiermee komt de onderwijskwaliteit onder druk te staan. Om het lesgeven aan te kleine groepen te voorkomen, kunnen vo/scholen gedwongen zijn een deel van het vakkenaanbod te laten vervallen. Daardoor hebben leerlingen minder keuze. Ook dit zal de onderwijskwaliteit en omvang van het onderwijsaanbod negatief beïnvloeden..
Oplossingen
Op de vraag welke oplossingen scholen hanteren en/of zien voor de problemen door leerlingenkrimp, noemen zij vooral samenwerking en samengaan met andere scholen. Andere oplossingen zijn: verhuur van leslokalen, mobiliteit en uitstroom van personeel bevorderen en het personeelsbeleid beter afstemmen op toekomstscenario’s en op de onderwijsvisie. Dit laatste biedt ook weer kansen op kwaliteitsverbetering binnen scholen. Verder zien individuele scholen een sterkere profilering als oplossing om zoveel mogelijk leerlingen te werven.
De PO-Raad, de brancheorganisatie voor het basisonderwijs, erkent dat de krimp een groot probleem is. "Als scholen dat individueel moeten oplossen, gaan er een heleboel kopje onder," zegt bestuurslid Simone Walvisch. Daarom bepleit zij dat meer op regionaal en provinciaal niveau wordt nagedacht over manieren om de scholen te ondersteunen. "Er zijn grote regionale verschillen, die het beste per regio kunnen worden aangepakt."
Ook de VO-Raad, beaamt dat het belangrijk is om tijdig in te spelen op de ontwikkelingen, maar zegt dat scholen dat al doen. Zorgen maakt de raad zich vooralsnog niet. "Wij hebben meer tijd om ons voor te bereiden. Bovendien zal de klap op onze scholen minder hard aankomen dan in het basisonderwijs," aldus een woordvoerder.
Bronnen:
Veel scholen springen al op deze ontwikkelingen in. Met kennis over de verwachte daling van leerlingenaantallen kunnen scholen gerichter inspelen op toekomstige verwachte personele en materiële problemen. In de publicatie zijn zij ook aan het woord over hun oplossingsstrategieën.
SBO-directeur Freddy Weima: ‘Als het leerlingenaantal terugloopt, daalt ook de rijksbijdrage die sterk gebaseerd is op het aantal inschrijvingen. Samen met de lopende en komende bezuinigingen op onderwijs, wordt dat een hard gelag voor scholen. De financiële problemen hebben ook personele gevolgen. Zo kunnen scholen waarschijnlijk moeilijk voldoende leraren vasthouden voor de vele vacatures die door de vergrijzing over twee, drie jaar weer gaan ontstaan.’
Regionale verschillen
Waar vijf provincies al te maken hebben met een leerlingenkrimp, kennen Utrecht en Flevoland nu nog een groei. Dat geldt ook voor de grote steden terwijl in de omliggende gemeenten en op het platteland het leerlingenaantal daalt. Landelijk heeft de helft van de basisscholen nu al te maken met krimp en deze krimp breidt zich uit over het grootste gedeelte van het land. De trend zet zich in 2016 door in het vo, maar ook daar met regionale en lokale verschillen. Daarom zullen scholen op regionaal niveau naar oplossingen op maat moeten (blijven) zoeken.
Onderwijskwaliteit
Dalingen van het leerlingenaantal zorgen voor toenemende problemen voor scholen. Omdat de rijksbijdrage afneemt, leidt het nu al tot bijvoorbeeld het vormen van combinatiegroepen, het snijden in ‘remedial teaching’en het opheffen van kleine basisscholen. Hiermee komt de onderwijskwaliteit onder druk te staan. Om het lesgeven aan te kleine groepen te voorkomen, kunnen vo/scholen gedwongen zijn een deel van het vakkenaanbod te laten vervallen. Daardoor hebben leerlingen minder keuze. Ook dit zal de onderwijskwaliteit en omvang van het onderwijsaanbod negatief beïnvloeden..
Oplossingen
Op de vraag welke oplossingen scholen hanteren en/of zien voor de problemen door leerlingenkrimp, noemen zij vooral samenwerking en samengaan met andere scholen. Andere oplossingen zijn: verhuur van leslokalen, mobiliteit en uitstroom van personeel bevorderen en het personeelsbeleid beter afstemmen op toekomstscenario’s en op de onderwijsvisie. Dit laatste biedt ook weer kansen op kwaliteitsverbetering binnen scholen. Verder zien individuele scholen een sterkere profilering als oplossing om zoveel mogelijk leerlingen te werven.
De PO-Raad, de brancheorganisatie voor het basisonderwijs, erkent dat de krimp een groot probleem is. "Als scholen dat individueel moeten oplossen, gaan er een heleboel kopje onder," zegt bestuurslid Simone Walvisch. Daarom bepleit zij dat meer op regionaal en provinciaal niveau wordt nagedacht over manieren om de scholen te ondersteunen. "Er zijn grote regionale verschillen, die het beste per regio kunnen worden aangepakt."
Ook de VO-Raad, beaamt dat het belangrijk is om tijdig in te spelen op de ontwikkelingen, maar zegt dat scholen dat al doen. Zorgen maakt de raad zich vooralsnog niet. "Wij hebben meer tijd om ons voor te bereiden. Bovendien zal de klap op onze scholen minder hard aankomen dan in het basisonderwijs," aldus een woordvoerder.
Bronnen:
- Verwachte leerlingenkrimp van twaalf procent in vijf provincies, Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt, 25 oktober 2010
- Krimp tast kwaliteit scholen aan, Nederlands Dagblad, 25 oktober 2010
« Terug
Tip een bekendePrint