RMU reformatorische vakbond

Minister: "Meer nadruk op prestatie"

26.05.2011
​Minister Van Bijsterveldt en staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs) willen toe naar een ambitieuze leercultuur en hogere prestaties van alle leerlingen. “Steeds meer scholen zetten wezenlijke stappen om het talent van hun leerlingen ten volle te benutten. Dat gunnen wij alle leerlingen en alle scholen. Daarom gaan we samen met scholen die resultaatgerichte cultuur verder stimuleren”.

Met de actieplannen voor het basisonderwijs (Basis voor Presteren), voortgezet onderwijs (Beter Presteren) en leraren voor alle onderwijssectoren (Leraar 2020 – Een krachtig beroep!) zetten de bewindspersonen in op opbrengstgericht werken, bevorderen van excellentie en meer aandacht voor hoogbegaafdheid. Bekwame leraren en schoolleiders die verschil kunnen maken in de ontwikkeling van kinderen zijn hierbij cruciaal.

Opbrengstgericht
Volgens de nieuwe plannen moet in 2015 60 procent van de basisscholen en 50 procent van de middelbare scholen opbrengstgericht werken. Nu is dat nog ca. 30 procent in het basisonderwijs en ca. 20% in het voortgezet onderwijs. Daarom wordt vanaf schooljaar 2014/2015 een diagnostische toets ingevoerd voor Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen aan het eind van de onderbouw van het vo. Ook moeten alle basis- en middelbare scholen een leerlingvolgsysteem gebruiken en treden de referentieniveaus en de verscherpte exameneisen in werking. De toegevoegde waarde, de leerwinst van een school, wordt belangrijker voor de beoordeling van de inspectie.

Leraren
“Leraren en schoolleiders zijn cruciaal voor hoge prestaties van leerlingen. Ik streef daarom naar een verhoging van het opleidingsniveau van leraren en wil stimuleren dat leraren zich continu ontwikkelen”, aldus Zijlstra. Het aantal masteropgeleide leraren moet substantieel omhoog.

Er is 150 miljoen beschikbaar voor verdere professionalisering van zittende leraren, schoolleiders, middenmanagement en voor de kwaliteitsverbetering van de lerarenopleidingen. Voor het basis- en voortgezet onderwijs is een van de doelen dat in 2016 alle leraren opbrengstgericht werken en goed kunnen omgaan met verschillen van leerlingen in de klas. Voor het middelbaar beroepsonderwijs staat teamgerichte professionalisering centraal.

Om de kwaliteit van leraren te waarborgen registeren leraren in het basis-, voortgezet en beroepsonderwijs zich als bekwame leraar in een beroepsregister. Met de inschrijving verplichten zij zich tot nascholing. Ook gaan scholen structureel gebruik maken van peer review. Daarbij kijken leraren en schoolleiders bij andere scholen en spreken elkaar aan op de kwaliteit en de verbetering daarvan.

Excellent

Basis- en middelbare scholen waar leerlingen uitmuntend onderwijs krijgen, kunnen vanaf 2012 het predicaat “excellent” verdienen. “Scholen die leerlingen elke dag uitdagen en het beste uit leerlingen weten te halen, moeten daar erkenning voor kunnen krijgen. Deze scholen hebben een echte meerwaarde waar leerlingen hun hele verdere leven de vruchten van zullen plukken”, aldus minister Van Bijsterveldt.

Het kabinet investeert 30 miljoen euro in een excellentieprogramma voor de 20 procent best presterende leerlingen op de basisschool en het vwo. Ook voor leraren geldt dat bijzondere prestaties moeten worden benoemd en beloond. Dit najaar starten experimenten met prestatiebeloning om in overleg met scholen te onderzoeken wat het beste werkt.

Reacties
In een reactie geeft de AOb aan dat de leden op zich positief staan tegenover het idee dat het beter kan. Alleen zijn ze niet erg tevreden met de maatregelen die daarbij horen. En wat hen helemaal stoort is de beleidshaast die het ministerie aan de dag legt. Meer dan driekwart vindt dat het ministerie te veel tegelijk wil.

Het idee dat er een zesjescultuur heerst, wordt afgewezen door een groot deel van de achterban. Integendeel, zou je bijna zeggen, als acht van de tien vinden dat ze ‘alles uit een kind willen halen wat er in zit’. Tweederde vindt ook dat ze nu al hoge eisen stellen aan leerlingen. Vier van de tien vinden dat er op school al een ambitieus klimaat heerst. Toch kan er nog een schepje bovenop: 42 procent vindt dat er op de eigen school hard gewerkt moet worden aan een opbrengstgerichte cultuur.

Toch zit er ook een schaduwkant aan de nadruk op prestaties. Dit zou wel eens kunnen leiden tot een fors hogere uitval onder leerlingen.

De VO-raad is ook niet onverdeeld positief. Zij vindt dat de overheid op de stoel van de school gaat zitten en daarmee te veel de regisseursrol van de school overneemt. Ook worden er veel verplichtingen opgelegd. Dit alles gaat ten koste van het eigenaarschap van scholen, waardoor het onwaarschijnlijk wordt dat de gewenste kwaliteitsslag behaald wordt.

Bronnen:

  • Naar een ambitieuze leercultuur, Nieuwsbericht regering, 23 mei 2011
  • In onderwijs draagvlak voor prestatie-ideologie, weinig begrip voor beleidshaast, AOb, 23 mei 2011
  • Te veel regie overheid bij Actieplan Beter Presteren, VO-raad, 25 mei 2011