RMU reformatorische vakbond

'Overbodige' regelgeving en eigen verantwoordelijkheid in agrarische sector

27.01.2011
​Het afgelopen jaar heeft LTO Nederland het initiatief genomen om overbodige en knellende regelgeving in de agrarische sector in beeld te brengen. In een brief aan minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie verwijst LTO naar het regeerakkoord van het kabinet Rutte/Verhagen, waarin is opgenomen dat de druk van administratieve lasten en regels voor bedrijven en burgers omlaag gaat.

Reeds jarenlang is vereenvoudiging van regelgeving onderdeel van het beleid van de regering, maar ondernemers in de agrarische sector merken daar nog weinig van. Daarom heeft LTO Nederland het initiatief genomen tot een inventarisatie van overbodige en knellende regelgeving. LTO Nederland vindt dat voor wet- en regelgeving moet gelden: “publiek wat publiekelijk moet, privaat wat privaat kan”. Dit past bij de inzet van het kabinet om zich tot kerntaken te beperken en de administratieve lasten- en regeldruk voor bedrijven te verminderen. Wat LTO Nederland betreft kan dit gerealiseerd worden door zelfregulering, certificering en ‘toezicht op controle’. Belangrijk is dat lastenverschuivingen naar het bedrijfsleven, als gevolg van verschuiving van taken van publiek naar privaat, voorkomen worden. De opgestelde lijst bevat 36 onderwerpen, onder andere Natura 2000, gewasbeschermingsmiddelen, mestverwerking, emissienormen en dierenwelzijn. Achter elk onderwerp staat een voorstel voor een oplossing.

Als bestuur van Voedsel & Groen kunnen we ons scharen achter de doelstelling om overbodige en knellende regelgeving te verminderen en het lijkt ons goed om hierin constructief mee te denken met de overheid.

Verantwoordelijkheid en imago
Het pleidooi om meer taken privaat te maken, houdt tegelijkertijd een grote(re) verantwoordelijkheid in voor de agrarische sector. Regelgeving is in principe bedoeld om zaken in goede banen te leiden, omdat anders iedereen naar eigen goeddunken handelt. In een wereld waarin normen en waarden van wezenlijk belang zijn, kan dit handen en voeten krijgen door middel van regelgeving. Het is overigens heel lastig om algemene regels op te stellen, zonder dat dit knelpunten oplevert voor specifieke situaties. Dit is het dilemma voor elke organisatie (of het nu een bestuur van een kleine vereniging is of een groot overheidsapparaat): kunnen we onze doelstelling verwezenlijken door bepaalde regels op te stellen en kunnen we daarbij voldoende rekening houden met specifieke situaties?

Bij minder regelgeving moet er meer sprake zijn van zelfregulering. Hoe meer mensen bepaalde verantwoordelijkheden nemen, hoe beter dit mogelijk is. Wanneer de agrarische sector pleit voor minder regels, komt het dus meer aan op eigen verantwoordelijkheid. De sector zal zelf moeten zorgen dat alles wat niet in regels is vastgelegd, toch op verantwoorde wijze gebeurt. Het komt dan aan op maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Daarbij gaat het om het vinden van een balans tussen de sociale kant (people), de ecologische randvoorwaarden (planet) en de economische prestaties (profit). Vaak blijkt dat deze balans leidt tot betere resultaten voor zowel het bedrijf als de samenleving. In feite kunnen we het maatschappelijk verantwoord ondernemen al terugvinden in de Bijbel. De lessen die daarin staan over hoe om te gaan met schepping en medeschepselen, geven ons voldoende aanwijzingen.

Richting de maatschappij is een goed imago van de agrarische sector van wezenlijk belang. Vermindering van regelgeving van overheidswege zal er dan ook toe moeten leiden dat de sector zelf zorg draagt voor een verantwoorde werkwijze, waarbij het beeld bij burger en consument positief blijft. Dit betekent ook dat opgetreden moet worden tegen ondernemers die niet in staat zijn of niet willen voldoen aan ‘verantwoord ondernemen’. Christelijke agrariërs hebben daarbij een extra dimensie: niet alleen verantwoordelijkheid naar de maatschappij, maar eerst en vooral naar onze Schepper.

Tekst: Izak Vermeij