Pabo genoeg voor praktijkonderwijs
17.04.2010Tweederde van de leraren in het praktijkonderwijs heeft een pabodiploma en scholen vinden niet dat zij verplicht een tweedegraads onderwijsbevoegdheid moeten halen. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Pabogediplomeerden in het voortgezet onderwijs’ in opdracht van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO).
Leraren met een pabodiploma zijn gewild in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs van het vmbo. Ze krijgen veel waardering voor hun pedagogische didactische kwaliteiten en leerlingenzorg. Dit zijn enkele resultaten uit het onderzoek ‘Pabogediplomeerden in het voortgezet onderwijs’ van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt.
SBO-directeur Freddy Weima: 'Schoolleiders, deskundigen en leraren vinden de pabo prima aansluiten bij het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs van het vmbo. In het onderzoek zeggen scholen dat pabogediplomeerden het daar zelfs beter doen dan tweedegraads leraren. Waarom zou je, met name voor het praktijkonderwijs, hun bevoegdheid niet in ere herstellen?'
Alleen pabo
In het vo werken ongeveer 5600 leraren met uitsluitend een pabodiploma. Ongeveer een derde hiervan werkt op een zelfstandige school voor praktijkonderwijs van het voortgezet speciaal onderwijs. Ook werken ze in het vmbo en soms op het havo/vwo. In die gevallen behalen ze vaak een tweedegraads bevoegdheid.
Volgens de Wet beroepen in het onderwijs (Wet BIO) mogen scholen in het voortgezet onderwijs geen leraren meer aanstellen die na 1 augustus 2006 hun pabodiploma hebben gehaald. Voor die tijd hadden pabogediplomeerden een beperkte bevoegdheid voor het praktijkonderwijs en voor vakken als wiskunde en Nederlands in een deel van het vmbo. Zij kunnen momenteel wel als zij-instromer aan de slag als zij een tweedegraads bevoegdheid halen.
Het aantal pabogediplomeerden van na augustus 2006 in het voortgezet onderwijs ligt op 850. De behoefte aan deze leraren neemt toe omdat de ouderen verdwijnen.
Bron: Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt, 15 april 2010
Leraren met een pabodiploma zijn gewild in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs van het vmbo. Ze krijgen veel waardering voor hun pedagogische didactische kwaliteiten en leerlingenzorg. Dit zijn enkele resultaten uit het onderzoek ‘Pabogediplomeerden in het voortgezet onderwijs’ van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt.
SBO-directeur Freddy Weima: 'Schoolleiders, deskundigen en leraren vinden de pabo prima aansluiten bij het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs van het vmbo. In het onderzoek zeggen scholen dat pabogediplomeerden het daar zelfs beter doen dan tweedegraads leraren. Waarom zou je, met name voor het praktijkonderwijs, hun bevoegdheid niet in ere herstellen?'
Alleen pabo
In het vo werken ongeveer 5600 leraren met uitsluitend een pabodiploma. Ongeveer een derde hiervan werkt op een zelfstandige school voor praktijkonderwijs van het voortgezet speciaal onderwijs. Ook werken ze in het vmbo en soms op het havo/vwo. In die gevallen behalen ze vaak een tweedegraads bevoegdheid.
Volgens de Wet beroepen in het onderwijs (Wet BIO) mogen scholen in het voortgezet onderwijs geen leraren meer aanstellen die na 1 augustus 2006 hun pabodiploma hebben gehaald. Voor die tijd hadden pabogediplomeerden een beperkte bevoegdheid voor het praktijkonderwijs en voor vakken als wiskunde en Nederlands in een deel van het vmbo. Zij kunnen momenteel wel als zij-instromer aan de slag als zij een tweedegraads bevoegdheid halen.
Het aantal pabogediplomeerden van na augustus 2006 in het voortgezet onderwijs ligt op 850. De behoefte aan deze leraren neemt toe omdat de ouderen verdwijnen.
Bron: Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt, 15 april 2010
« Terug
Tip een bekendePrint