Pensioenakkoord in de basis fout
04.05.2011Wat waren de sociale partners in juni 2010 opgetogen: er was een AOW-en pensioenakkoord. Midden in een politieke crisis en vlak voor de verkiezingen lukte het om een breed draagvlak te vinden. Toch sprak de RMU direct al over een tijdbom. De fout zit in de basis al ingebakken. Daarom is het niet verwonderlijk dat partijen sindsdien bakkeleien over de uitvoering van het akkoord, is er een Stichting PensioenFatsoen opgericht, heeft FNV Bondgenoten de FNV Vakcentrale kaders meegegeven waar binnen Agnes Jongerius verder mag praten en stelt minister Kamp, dat het onverantwoord is om een welvaartsvaste AOW toe te kennen, een cruciaal onderdeel van het akkoord.
Nederland is toe aan nieuwe afspraken voor de AOW en de aanvullende pensioenregeling. Voor de RMU bestaat daarover geen twijfel. Crux is hoe we dat aanpakken. Waar het gaat over de oudedagsvoorziening raken we aan een beladen thema dat iedere Nederlander treft. Ingrijpende veranderingen in het pensioenstelsel mogen daarom nooit door een krappe meerderheid worden doorgedrukt. Breed draagvlak is cruciaal.
Draagvlak
Dit brede draagvlak staat echter onder enorme druk. In de vakbonden is het onrustig. Dat zal zich overigens wel steeds gaan herhalen. Over de verhoging van de AOW- en de pensioenleeftijd, naar 66 jaar vanaf 2020, is immers afgesproken om deze vijfjaarlijks te bepalen. Iedere vijf jaar zal dit een bron van sociale onrust betekenen.
De RMU houdt vast aan haar voorstel om nu al af te spreken dat vanaf 2015 de AOW- en pensioenleeftijd ieder jaar met 1 maand wordt verhoogd, zodat de AOW- en pensioenleeftijd na 24 jaar op 67 jaar ligt.
Pensioenkansspel
Nederland kent een onvoorwaardelijke pensioentoezegging. De plannen maken hiervan een pensioenkansspel door de uitkering te koppelen aan beleggingsresultaten. Een paar slechte weken op de Amsterdamse beurs worden direct vertaald naar de beurs van onze gepensioneerden.
Drie knoppen
Uiteindelijk is natuurlijk de vraag wie de stijgende pensioenrekening als gevolg van de toegenomen levensverwachting blijft betalen. In pensioenland gaat het onder andere over de dekkingsgraad: de verhouding tussen het vermogen en alle toekomstige verplichtingen. Deze dekkingsgraad is maar door drie factoren te beïnvloeden, knoppen waar we aan kunnen draaien.
De eerste knop is de premieknop: werknemers en werkgevers betalen pensioenpremie. Aan de premieknop draaien lijkt uitgesloten, gelet op de afspraak hierover in het akkoord om de pensioenpremie te stabiliseren. Premies zijn historisch hoog en vanuit economisch perspectief is de ruimte uiterst beperkt. Een doorsnee werknemer betaalt nu al één dag per week aan zijn pensioen terwijl de werkgever daar doorgaans twee dagen bij moet leggen.
Een andere knop is de uitkeringsknop of ‘afstempelknop’: gepensioneerden ontvangen een lagere pensioenuitkering. Dit zogenoemde afstempelen raakt gepensioneerden direct in de portemonnee.
De derde knop is de indexatieknop: de waarde van het pensioen groeit mee met de inflatie. Op dit punt is echter al een forse achterstand ontstaan, doordat veel pensioenfondsen al niet meer indexeren.
In het pensioenakkoord is besloten aan de uitkeringsknop te draaien. Dit raakt zowel gepensioneerden als werknemers. Werknemers hebben een lager bedrag in het vooruitzicht. Gepensioneerden betalen dit gelag dubbel. Het maandelijkse pensioen is lager maar ook voor de toekomst staat deze groep – net als de werknemers – op achterstand omdat er bij het doorvoeren van een korting ook niet geïndexeerd wordt.
Utopie of balans
Jagen we met onze pensioenen misschien een utopie na? Het is de vraag of de sociale partners de moed hebben om deze vraag eerlijk onder ogen te zien. Het uitgangspunt dat een pensioen 70 procent van het gemiddelde loon bedraagt is waarschijnlijk irreëel.
Dit vraagt om een nieuwe balans tussen ambitie, zekerheid en kosten van aanvullende pensioenen. De RMU bepleit daarom een hervorming van het pensioenstelsel en is voorstander van een kader waarin de kosten van de werkgever en van de werknemer blijven passen. Naast de maatregelen die al zijn genomen (afschaffing prepensioen, van eindloon naar middelloon, invoering kostenplafond) zou de RMU een volgende stap willen zetten in de vorm van een CDC-regeling (Collective Defined Contributions) waarbij het pensioenbudget van werkgever en werknemer gezamenlijk een percentage is van de salarissom. Deze regeling brengt de pensioenkosten en uiteindelijke aanspraken met elkaar in balans. Ondermeer door de pensioenlast bijvoorbeeld voor 10 jaar vast te leggen. Pensioenkosten die nog niet meteen nodig zijn voor de opbouw van het pensioen of de indexering worden gereserveerd. Als de premie daarentegen binnen die termijn niet voldoende blijkt te zijn, wordt de pensioenregeling versoberd. Zo wordt de pensioenrekening rechtvaardig verdeeld tussen de generaties. Een solidaire en rechtvaardige balans; daarvoor pleit de RMU.
Chris Baggerman, is als coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid werkzaam bij de RMU.
Nederland is toe aan nieuwe afspraken voor de AOW en de aanvullende pensioenregeling. Voor de RMU bestaat daarover geen twijfel. Crux is hoe we dat aanpakken. Waar het gaat over de oudedagsvoorziening raken we aan een beladen thema dat iedere Nederlander treft. Ingrijpende veranderingen in het pensioenstelsel mogen daarom nooit door een krappe meerderheid worden doorgedrukt. Breed draagvlak is cruciaal.
Draagvlak
Dit brede draagvlak staat echter onder enorme druk. In de vakbonden is het onrustig. Dat zal zich overigens wel steeds gaan herhalen. Over de verhoging van de AOW- en de pensioenleeftijd, naar 66 jaar vanaf 2020, is immers afgesproken om deze vijfjaarlijks te bepalen. Iedere vijf jaar zal dit een bron van sociale onrust betekenen.
De RMU houdt vast aan haar voorstel om nu al af te spreken dat vanaf 2015 de AOW- en pensioenleeftijd ieder jaar met 1 maand wordt verhoogd, zodat de AOW- en pensioenleeftijd na 24 jaar op 67 jaar ligt.
Pensioenkansspel
Nederland kent een onvoorwaardelijke pensioentoezegging. De plannen maken hiervan een pensioenkansspel door de uitkering te koppelen aan beleggingsresultaten. Een paar slechte weken op de Amsterdamse beurs worden direct vertaald naar de beurs van onze gepensioneerden.
Drie knoppen
Uiteindelijk is natuurlijk de vraag wie de stijgende pensioenrekening als gevolg van de toegenomen levensverwachting blijft betalen. In pensioenland gaat het onder andere over de dekkingsgraad: de verhouding tussen het vermogen en alle toekomstige verplichtingen. Deze dekkingsgraad is maar door drie factoren te beïnvloeden, knoppen waar we aan kunnen draaien.
De eerste knop is de premieknop: werknemers en werkgevers betalen pensioenpremie. Aan de premieknop draaien lijkt uitgesloten, gelet op de afspraak hierover in het akkoord om de pensioenpremie te stabiliseren. Premies zijn historisch hoog en vanuit economisch perspectief is de ruimte uiterst beperkt. Een doorsnee werknemer betaalt nu al één dag per week aan zijn pensioen terwijl de werkgever daar doorgaans twee dagen bij moet leggen.
Een andere knop is de uitkeringsknop of ‘afstempelknop’: gepensioneerden ontvangen een lagere pensioenuitkering. Dit zogenoemde afstempelen raakt gepensioneerden direct in de portemonnee.
De derde knop is de indexatieknop: de waarde van het pensioen groeit mee met de inflatie. Op dit punt is echter al een forse achterstand ontstaan, doordat veel pensioenfondsen al niet meer indexeren.
In het pensioenakkoord is besloten aan de uitkeringsknop te draaien. Dit raakt zowel gepensioneerden als werknemers. Werknemers hebben een lager bedrag in het vooruitzicht. Gepensioneerden betalen dit gelag dubbel. Het maandelijkse pensioen is lager maar ook voor de toekomst staat deze groep – net als de werknemers – op achterstand omdat er bij het doorvoeren van een korting ook niet geïndexeerd wordt.
Utopie of balans
Jagen we met onze pensioenen misschien een utopie na? Het is de vraag of de sociale partners de moed hebben om deze vraag eerlijk onder ogen te zien. Het uitgangspunt dat een pensioen 70 procent van het gemiddelde loon bedraagt is waarschijnlijk irreëel.
Dit vraagt om een nieuwe balans tussen ambitie, zekerheid en kosten van aanvullende pensioenen. De RMU bepleit daarom een hervorming van het pensioenstelsel en is voorstander van een kader waarin de kosten van de werkgever en van de werknemer blijven passen. Naast de maatregelen die al zijn genomen (afschaffing prepensioen, van eindloon naar middelloon, invoering kostenplafond) zou de RMU een volgende stap willen zetten in de vorm van een CDC-regeling (Collective Defined Contributions) waarbij het pensioenbudget van werkgever en werknemer gezamenlijk een percentage is van de salarissom. Deze regeling brengt de pensioenkosten en uiteindelijke aanspraken met elkaar in balans. Ondermeer door de pensioenlast bijvoorbeeld voor 10 jaar vast te leggen. Pensioenkosten die nog niet meteen nodig zijn voor de opbouw van het pensioen of de indexering worden gereserveerd. Als de premie daarentegen binnen die termijn niet voldoende blijkt te zijn, wordt de pensioenregeling versoberd. Zo wordt de pensioenrekening rechtvaardig verdeeld tussen de generaties. Een solidaire en rechtvaardige balans; daarvoor pleit de RMU.
Chris Baggerman, is als coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid werkzaam bij de RMU.
« Terug
Tip een bekendePrint