RMU gematigd positief over AOW-akkoord
16.10.2009De RMU herkent een aantal eigen elementen in het voorliggende akkoord. Aan de andere kant vindt de RMU het onvoorstelbaar dat de focus uitsluitend gericht is op de verhoging van de AOW-leeftijd.
De RMU vind het enerzijds verrassend dat een aantal elementen opgenomen zijn die de RMU eind vorige week heeft voorgesteld zoals bijvoorbeeld de mogelijkheid om toch op 65-jarige leeftijd met AOW te gaan met een aftopping van de uitkering maar met een toeslag voor hen die een laag inkomen hebben. Die toeslag moet echter wel toereikend zijn om in ieder geval een uitkering te verkrijgen op het huidige AOW-niveau. Het is voor de RMU niet bestaanbaar dat mensen, met een laag inkomen, die op 65-jarige leeftijd willen stoppen een 6,5 procent lagere uitkering krijgen. Mensen uit lagere inkomenscategorieën hebben vaak een slijtend beroep en hun gemiddelde levensverwachting is lager.
Anderzijds is het onvoorstelbaar dat de focus uitsluitend gericht is op verhoging van de AOW-leeftijd, terwijl verhoging van de arbeidsparticipatie van ouderen tussen de 55 en 65 jaar topprioriteit dient te hebben. “We kopen er niets voor als een 66-jarige straks geen AOW-uitkering krijgt, maar een WW-uitkering”, aldus Chris Baggerman, coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid.
De RMU vraagt zich ook af of het tempo van invoering verhoging AOW-leeftijd niet aan de hoge kant is. Daarnaast is de afspraak dat een werkgever zijn personeel met zwaar werk na dertig jaar ander werk moet aanbieden, met een boete voor de werkgever als hij geen ander werk aanbiedt, een afspraak die tot veel discussie zal gaan leiden. Wat is een zwaar beroep? Een stratenmaker, een vrachtwagenchauffeur, een journalist, een docent voor de klas of iemand die z'n hele leven achter de lopende band in ploegendienst z'n werk moet doen? Kennelijk is de coalitie daar niet uitgekomen en wordt dit over de 'schutting gegooid' bij de sociale partners. Het kabinet moet met de handen afblijven van de leeftijd van het aanvullend pensioen. Het moet mogelijk blijven om onder een belastingvriendelijk regime te sparen voor het aanvullend pensioen op 65-jarige leeftijd. Uitsluitend sociale partners kunnen aan de onderhandelingstafel hierover afspraken maken en niet het kabinet. Het voornemen van het kabinet om door belastingwetgeving de sociale partners te stimuleren uit te gaan van een hogere pensioenleeftijd voor het aanvullend pensioen zal tot veel sociale onrust leiden, de komende maanden. Dit was hét heikele punt waarover de SER het niet eens kon worden.
De RMU vind het enerzijds verrassend dat een aantal elementen opgenomen zijn die de RMU eind vorige week heeft voorgesteld zoals bijvoorbeeld de mogelijkheid om toch op 65-jarige leeftijd met AOW te gaan met een aftopping van de uitkering maar met een toeslag voor hen die een laag inkomen hebben. Die toeslag moet echter wel toereikend zijn om in ieder geval een uitkering te verkrijgen op het huidige AOW-niveau. Het is voor de RMU niet bestaanbaar dat mensen, met een laag inkomen, die op 65-jarige leeftijd willen stoppen een 6,5 procent lagere uitkering krijgen. Mensen uit lagere inkomenscategorieën hebben vaak een slijtend beroep en hun gemiddelde levensverwachting is lager.
Anderzijds is het onvoorstelbaar dat de focus uitsluitend gericht is op verhoging van de AOW-leeftijd, terwijl verhoging van de arbeidsparticipatie van ouderen tussen de 55 en 65 jaar topprioriteit dient te hebben. “We kopen er niets voor als een 66-jarige straks geen AOW-uitkering krijgt, maar een WW-uitkering”, aldus Chris Baggerman, coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid.
De RMU vraagt zich ook af of het tempo van invoering verhoging AOW-leeftijd niet aan de hoge kant is. Daarnaast is de afspraak dat een werkgever zijn personeel met zwaar werk na dertig jaar ander werk moet aanbieden, met een boete voor de werkgever als hij geen ander werk aanbiedt, een afspraak die tot veel discussie zal gaan leiden. Wat is een zwaar beroep? Een stratenmaker, een vrachtwagenchauffeur, een journalist, een docent voor de klas of iemand die z'n hele leven achter de lopende band in ploegendienst z'n werk moet doen? Kennelijk is de coalitie daar niet uitgekomen en wordt dit over de 'schutting gegooid' bij de sociale partners. Het kabinet moet met de handen afblijven van de leeftijd van het aanvullend pensioen. Het moet mogelijk blijven om onder een belastingvriendelijk regime te sparen voor het aanvullend pensioen op 65-jarige leeftijd. Uitsluitend sociale partners kunnen aan de onderhandelingstafel hierover afspraken maken en niet het kabinet. Het voornemen van het kabinet om door belastingwetgeving de sociale partners te stimuleren uit te gaan van een hogere pensioenleeftijd voor het aanvullend pensioen zal tot veel sociale onrust leiden, de komende maanden. Dit was hét heikele punt waarover de SER het niet eens kon worden.
« Terug
Tip een bekendePrint