RMU reformatorische vakbond

Seniorenbeleid komt slecht van de grond

12.05.2010
​In het voortgezet onderwijs is er te weinig oog voor het zo lang mogelijk aan het werk houden van oudere docenten. Slechts 12% van de scholen voert expliciet een levensfasegericht personeelsbeleid. Dat klemt des te meer omdat in het voortgezet onderwijs de leeftijd van de werknemers gemiddeld hoger ligt dan in enige andere sector.

Dat staat in een rapport van SBO (Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt) over de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan docenten in het voortgezet onderwijs. Vorig schooljaar waren er in deze sector 106.000 personen (driekwart is docent) werkzaam ten behoeve van 935.000 leerlingen. In de afgelopen negen jaar is het aantal personeelsleden (in personen uitgedrukt) met 21% gegroeid. Het aantal leerlingen steeg in deze periode met ongeveer 8%.

De komende jaren moet rekening worden gehouden met een aantal ontwikkelingen die van invloed zullen zijn op de arbeidsmarkt. Het SBO wijst op de massale uitstroom van de 'babyboomers', de krimp van het aantal leerlingen, de invoering van passend onderwijs, veranderingen in het opleidingsstelsel en de uitbreiding van het verschijnsel brede school.

Om de te verwachten tekorten te lijf te kunnen gaan is het volgens het rapport belangrijk dat het huidige personeel met plezier aan de slag blijft en dat de sector aantrekkelijk wordt voor nieuw arbeidspotentieel. Als het gaat om het behoud van het personeel, zowel starters als ervaren mensen, is er nog een slag te maken.

Als het gaat om personeelsbeleid dat gericht is op de levensfase van de individuele werknemer dan hebben veel scholen nog een lange weg te gaan. Vorig jaar was 12% daar bewust mee bezig, bijna 25% is zich aan het ontwikkelen, 42% oriënteert zich en 21% is er nog helemaal niet aan begonnen.

In het rapport worden zeventien punten genoemd die voor verbetering vatbaar zijn en zo een bijdrage leveren aan de bestrijding van het lerarentekort. Onder meer gaat het om het beter benutten van het aantal uren dat een leraar volgens zijn aanstelling les mag geven, het terugdringen van het aantal kleine deeltijdcontracten, een betere begeleiding van jonge docenten, het verlagen van het ziekteverzuim en het verbeteren van het imago van het werken in het onderwijs.

Bron: Besturenraad, 12 mei 2010