RMU reformatorische vakbond

Teveel aandacht voor CPB-rapport

14.06.2011
​Het Centraal Planbureau (CPB) concludeert uit onderzoek dat het niveau van het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs daalt. Dit geldt voor lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. De achteruitgang is het grootst bij wiskunde in het vo. Het onderwijsveld kan echter niet zo veel met het CPB-rapport. Wat is het nieuws dat gebracht wordt?

Het CPB noemt dit zorgelijk, want de kwaliteit van onderwijs is grotendeels bepalend voor de economische prestaties van Nederland. Op de lange termijn kost deze achteruitgang mogelijk enkele procenten van het nationale inkomen. Dit is te lezen in de op 6 juni verschenen CPB Policy Brief 2011/05 ‘Nederlandse onderwijsprestaties in perspectief’.

Het grootste probleem ligt bij de meest getalenteerde leerlingen. Hun prestaties blijven consequent achter bij die van de beste leerlingen in veel andere ontwikkelde landen. In deze groep behoren de Nederlanders op geen enkel terrein tot de internationale top-10. Opmerkelijk is dat vooral goede Nederlandse basisschoolleerlingen achterblijven. De vroege selectie van leerlingen in het voortgezet onderwijs draagt vervolgens bij aan de verbetering van de positie van de betere Nederlandse leerlingen.

De onderzoekers presenteren een aantal opties om de neergaande lijn om te buigen. Het gaat er vooral om bestaande middelen effectiever in te zetten. De kwaliteit van docenten is cruciaal. Juist deze staat in Nederland onder druk, onder andere door het toegenomen aantal onbevoegde docenten, het lagere niveau van de instroom in de lerarenopleidingen en dreigende lerarentekorten. Scholing en begeleiding van docenten, aantrekken van talentvolle mensen buiten de reguliere lerarenopleidingen om, en de uitbreiding van het aantal lesuren dragen bij aan betere onderwijsprestaties.

Nuancering
Met zijn onderzoek, gebaseerd op de internationale toetsen PISA, TIMMS en PIRL, wordt geen compleet beeld gegeven van de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs. De toetsen focussen op één of enkele onderdelen van het onderwijscurriculum. Voor deze onderdelen kan worden geconcludeerd dat er een relatieve daling waar te nemen is. De aandacht voor het taal- en rekenonderwijs is de laatste decennia vooral bepaald door politieke keuzes. Het onderwijs werd belast met diverse nieuwe taken, waardoor er voor 'taal' en 'rekenen' minder tijd overbleef.

Het onderwijs in Nederland heeft zich altijd sterk gemaakt voor de zwakkere leerlingen. Dat is ook in het CPB-rapport te herkennen. Terwijl het niveau van de beste leerlingen is gedaald, is het niveau van zwakste leerlingen de achterliggende jaren juist gestegen. Een rapport als dit kan er mede voor zorgen dat deze beweging weer omslaat. In de onderwijspolitiek anno 2011 is dit al te herkennen: investeren in excellentie en bezuinigen op het Passend onderwijs.

Vreemd aan het CPB-rapport is, dat bij het in kaart brengen van het onderwerp er steeds een internationale focus is, maar niet bij het zoeken naar oplossingen. Ook als de vraag ter sprake komt of er extra geld nodig is voor goed onderwijs, wordt naar het buitenland gekeken en komt er een zinnetje langs als "Korea geeft per leerling zelfs een vijfde minder uit dan Nederland, maar presteert bijvoorbeeld bij wiskunde over de gehele linie in de wereldtop." - Is dit een motivatie van bezuinigingen? - Als in hoofdstuk 6 de vraag gesteld wordt hoe het beter kan en er kritische noten gekraakt worden over de leerkrachten en docenten, dan zijn er geen vergelijkende internationale cijfers. Dit doet duidelijk afbreuk aan de waarde van de voorgestelde verbeteringen.

Reacties
De VO-raad geeft zijn eigen draai aan het rapport. Het "bevestigt waar de VO-raad al geruime tijd voor pleit: het is nodig om serieus te investeren in onderwijs, in plaats van te bezuinigen." Het rapport beschrijft juist dat extra geld helemaal niet nodig is om een hoge kwaliteit te halen met 'taal' en 'rekenen'. Maar de VO-raad gaat verder: "Investeren in onderwijs zorgt ook voor een leefbaardere samenleving, met minder criminaliteit, werkloosheid en jeugdproblematiek."

De Besturenraad is ronduit kritisch. Naast de constatering dat er in het rapport niets nieuws wordt gezegd en dus de media-aandacht overdreven is, komt de Besturenraad met de vraag of de economen het onderwijs overnemen. "Het is economen niet kwalijk te nemen, maar onderwijs is toch echt veel meer dan jongeren klaarstomen voor hun rol in de kenniseconomie." Ook de voorgestelde oplossingen om de kwaliteit van de leraren te verbeteren, zijn niet nieuw. "Die draai is al lang gemaakt (zie het Actieplan LeerKracht van het vorige kabinet), maar dat kost tijd. Het is als een mammoettanker die zijn koers verlegt, het duurt een tijdje voor de effecten zichtbaar zijn."

Bronnen:

  • Niveau Nederlands onderwijs daalt, CPB, 6 juni 2011
  • CPB-rapport bevestigt noodzaak investeringen onderwijs, VO-raad, 7 juni 2011
  • Nemen economen het onderwijs over? Besturenraad, 9 juni 2011