RMU reformatorische vakbond

Uitstroom oudere medewerkers gaat problemen geven

12.02.2010

Nederlandse bedrijven houden er geen rekening mee dat er op korte termijn een grote groep medewerkers gaat uitstromen. Slechts 27 procent van de organisaties benoemt de aanstaande massale uitstroom van oudere werknemers (babyboomgeneratie) als een vraagstuk. Dit is een van de conclusies die organisatie-adviesbureau Berenschot trekt in het tweejaarlijkse onderzoek 'Ken- en stuurgetallen personeelsmanagement 2010.'

In 2007 lag het percentage organisaties dat rekening houdt met de vergrijzing nog op 41 procent. Het lijkt er dan ook op dat de organisaties die meededen aan het onderzoek optimistischer zijn over de gevolgen van vergrijzing, omdat ze de gevolgen ervan minder voelen dan tijdens een hoogconjunctuur. Dit beeld wordt bevestigd door de afname van het aantal organisaties dat leeftijdsbewust personeelsbeleid als beleidsprioriteit koos: van 31 procent in 2007 naar 22 procent in 2009. Het is de vraag of organisaties de gevolgen van vergrijzing daardoor niet des ter harder zullen voelen als de economie weer aantrekt.

Minder schaarste in specifieke functiecategorieën
Opvallend is verder dat de organisaties veel minder schaarste verwachten in specifieke functiecategorieën. Waar in 2007 nog 80 procent van de bedrijven dacht dat deze schaarste een probleem zou worden binnen de organisatie, is dit percentage in 2009 gedaald naar 48 procent. Slechts 12 procent van de organisaties voorziet een personeelstekort binnen de gehele organisatie.

Visie RMU
Volgens RMU onderzoek nemen gaan jaarlijks zo’n 250.000 werknemers van de naoorlogse generatie met pensioen. Hiermee gaat wel een uitstroom van zo’n 30 – 40 jaar kennis gepaard. Kennis die is opgebouwd uit de componenten brede kennis, vakmanschap, overzicht, relativeringsvermogen en levenswijsheid. Jaarlijkse zijn er zo’n 200.000 schoolverlaters beschikbaar om dit gat op te vullen. Dat is te weinig en van een ander niveau. Daarnaast is het wel zo dat veel MKB-bedrijven geschrokken zijn van de loonkosten tijdens de crisis en de (on)mogelijkheid hier flexibel mee te kunnen omspringen. Het blijkt dat veel van dergelijke bedrijven in de toekomst graag naar een soort van flexibele schil zouden willen gaan van zo’n 20% van hun personeelsbestand. Die flexibele schil kan dan “meeademen” met de conjunctuur en zou moeten bestaan uit tijdelijke contracten, zzp-ers en oproepkrachten. De zogenaamde pay-roll bedrijven springen in het gat door niet alleen de complete personeelsadministratie van bedrijven over te nemen maar zelf gedreven medewerkers in dienst te nemen. Werknemers die dan op contractbasis (tijdelijke) interessante projecten doen bij MKB-bedrijven. Daarmee wordt het risico verplaatst. De vraag is of op termijn het arbeidsaanbod passend en voldoende blijft is hiermee niet opgelost. De vergrijzing zet massaal door!

Bron HR-praktijk & RMU​