Werkgever profiteert van competentiemanagement
25.11.2010Competentiemanagement dient vooral de organisatie, niet de werknemer. Vanuit het idee dat een organisatie goede werknemers moet koesteren, heeft het competentiemanagement een flinke vlucht genomen. Maar de pretenties van competentiemanagement dat ook de werknemer er wel bij vaart, worden maar gedeeltelijk waargemaakt. Dat stelt Albert Kampermann in zijn proefschrift ‘Competentiemanagement. Tussen bevoegdheid en bevlogenheid’ waarop hij vrijdag aan de Open Universiteit promoveert. De mens wordt in onze economie gezien als het belangrijkste kapitaal in arbeidsorganisaties. Zijn inzet blijkt bepalend voor de concurrentiepositie. Het promotieonderzoek van Kampermann in een aantal gemeenten laat zien dat de pretenties van competentiemanagement maar ten dele worden waargemaakt. Kampermann: ‘Van een win-win- situatie is nauwelijks sprake, competentiemanagement dient vooral het belang van de organisatie.’ Verder ontaarden veel competentiemanagement-initiatieven in verstarring en zorgen voor versplintering in het human resources management. Kampermann pleit voor een betere integratie van competentiemanagement in de organisatiecultuur en bijpassende managementstijlen.
Visie RMU
Het onderzoek geeft aan dat methodieken en tools losstaand van organisatiedoelen, persoonlijke motivatie en talent van medewerkers, kunnen doorschieten. Competentiemanagement kan niet los worden gezien van kernwoorden als beleid en cultuur en onderling vertrouwen. Natuurlijk geeft het MT de richting aan als het gaat om de ontwikkelingen van de totale organisatie voor de lange termijn. En ook welke persoonlijke kwaliteiten nodig zijn om specifieke functies te (kunnen) bekleden. Het menselijk kapitaal van de zaak heeft daarbij een open oog en oor nodig vanaf de kant van het management. Dat mag ook gepaard gaan met realisme en menselijkheid.
Het bepalen van de richting (waar wil de medewerker naar toe?) betekent dat de medewerker aangeeft welke verwachtingen er bestaan met betrekking tot de eigen loopbaan. Daarbij is het belangrijk om zicht te krijgen op de sterktes en zwaktes van je persoon en eventuele hiaten vast te stellen. Zaken die nodig zijn om tot het vereiste competentieniveau te kunnen komen. Daarbij past eerlijkheid, invoelingsvermogen en realisme vanaf de kant van het MT. Vanuit de medewerkers betekent dit ze zich durven committeren aan de gemaakte afspraken; respect, openheid, eerlijkheid, durf en zelfsturing zijn dé (rand)voorwaarden om tot persoonlijke groei te kunnen komen.
Bron: Personeel&Beleid / RMU
Visie RMU
Het onderzoek geeft aan dat methodieken en tools losstaand van organisatiedoelen, persoonlijke motivatie en talent van medewerkers, kunnen doorschieten. Competentiemanagement kan niet los worden gezien van kernwoorden als beleid en cultuur en onderling vertrouwen. Natuurlijk geeft het MT de richting aan als het gaat om de ontwikkelingen van de totale organisatie voor de lange termijn. En ook welke persoonlijke kwaliteiten nodig zijn om specifieke functies te (kunnen) bekleden. Het menselijk kapitaal van de zaak heeft daarbij een open oog en oor nodig vanaf de kant van het management. Dat mag ook gepaard gaan met realisme en menselijkheid.
Het bepalen van de richting (waar wil de medewerker naar toe?) betekent dat de medewerker aangeeft welke verwachtingen er bestaan met betrekking tot de eigen loopbaan. Daarbij is het belangrijk om zicht te krijgen op de sterktes en zwaktes van je persoon en eventuele hiaten vast te stellen. Zaken die nodig zijn om tot het vereiste competentieniveau te kunnen komen. Daarbij past eerlijkheid, invoelingsvermogen en realisme vanaf de kant van het MT. Vanuit de medewerkers betekent dit ze zich durven committeren aan de gemaakte afspraken; respect, openheid, eerlijkheid, durf en zelfsturing zijn dé (rand)voorwaarden om tot persoonlijke groei te kunnen komen.
Bron: Personeel&Beleid / RMU
« Terug
Tip een bekendePrint