RMU reformatorische vakbond

Zorg voor een appeltje voor de dorst (volledig artikel)

11.10.2010
Pensioenfondsen waren de laatste tijd vaak in het nieuws. Als media gaan schrijven over pensioenen dan is er meestal iets mis. Dikke krantenkoppen doen vermoeden dat er nu iets goed mis is. Maar, wat is eigenlijk het probleem met pensioenen?

We laten een deskundige aan het woord: Chris Baggerman. Hij werkt niet alleen als onderhandelaar bij de RMU, hij is ook namens de RMU bestuurslid bij het pensioenfonds Super de Boer.

Een pensioen; waar is dat voor?
Een pensioenstelsel bestaat veelal uit drie pijlers:
• De AOW
• Het pensioen via de werkgever
• De privé-voorziening

AOW
De eerste pijler (de AOW) die als doel heeft een basisvoorziening te scheppen waarmee armoede onder ouderen wordt voorkomen, is geregeld door de staat op basis van een omslagstelsel. In beginsel betalen de werkenden voor de 65-plussers. Het recht op AOW wordt opgebouwd in 50 jaar vanaf de 15-jarige leeftijd. Bij verblijf in het buitenland wordt de AOW gekort met 2 procent per jaar. De hoogte van de AOW is onafhankelijk van het inkomen. Een alleenstaande 65-plusser ontvangt € 12.900 bruto per jaar, een gepensioneerde met een partner € 8.900 bruto per jaar per persoon, dus een echtpaar € 17.800 bruto per jaar. In Nederland is de AOW gedeeltelijk gefiscaliseerd. Dat wil zeggen dat de werknemers maximaal 17,9 procent premie betalen en dat de overige benodigde financiële middelen uit de belastinginkomsten van de werkenden én de gepensioneerden gehaald wordt. In Duitsland voerde Otto von Bismarck het eerste wettelijke staatspensioenfonds in. Vadertje staat, premier Drees, was in 1947 de initiatiefnemer van de invoering van de Noodwet Ouderdomsvoorziening (de Noodwet van Drees) voor de allerarmste ouderen. Het zou nog 10 jaar duren voordat de Algemene Ouderdomswet wordt ingevoerd.

Pensioen via de werkgever
De tweede pijler bestaat uit pensioenrechten, dit zijn rechten die werknemers tijdens hun werkzame leven in een arbeidsrelatie opbouwen. De premie wordt soms betaald door werknemer en werkgever samen, maar soms ook alleen door de werkgever. Pensioen behoort tot de secundaire arbeidsvoorwaarden en is feitelijk uitgesteld loon. Er wordt aanvullend op de AOW een pensioen opgebouwd tot de fiscaal toegestane grens. Ten behoeve van deze voorzieningen in de tweede pijler zijn in Nederland pensioenfondsen ontstaan in de 19e eeuw. Het fonds van de Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij werd opgericht in 1845. De gebroeders Stork hebben in 1881 voor hun werknemers een ondernemingspensioenfonds opgericht. Enkele jaren later, in 1886, creëerde J.C. van Marken een pensioenregeling voor de werknemers van de Delftse gist- en spiritusfabriek. De bedoeling van de tweede pijler is om, samen met de AOW, een redelijk inkomen te geven aan ouderen dat is gerelateerd aan het gedurende het werkzame leven genoten salaris. In Nederland is dat meestal 70 procent van het gemiddeld verdiende salaris (het zogenaamde middelloonsysteem). Die 70 procent wordt behaald door de AOW en het zelf opgebouwde pensioen bij elkaar op te tellen.

Privé-voorziening
Iedereen kan natuurlijk zelf ook nog geld opzij leggen voor de oudedag. Dat kan op verschillende manieren. Je kunt sparen bij de bank via een gewone spaarrekening of een bankspaarproduct of een lijfrenteverzekering afsluiten bij een verzekeraar.

Kan iemand ontsnappen aan ‘het pensioen’ of is deelname aan een pensioenregeling verplicht? Is het verstandig om post over het pensioen ongeopend te laten?
Nee, de meeste Nederlandse ondernemingen hebben als onderdeel van hun arbeidsvoorwaarden een collectieve pensioenregeling getroffen voor hun medewerkers. Ongeveer 90 á 95 procent van de werknemers valt onder een dergelijke pensioenregeling, die in het algemeen verplicht gesteld wordt, hetzij via een arbeidsovereenkomst, hetzij via het bedrijfs(tak)pensioenfonds, hetzij via een cao-bepaling. Het is ontzettende onverstandig om post over het pensioen ongeopend te laten. Ik begrijp het wel dat, met name jongeren post over pensioenen niet interessant vinden. Het is ten eerste nog een ‘ver van hun bed show’, ten tweede waren dergelijke berichten tot voor kort niet te doorgronden voor velen. De wetgever heeft vanaf 2009 verplicht gesteld, dat iedere werknemer die onder een pensioenregeling valt binnen 3 maanden na opname in de pensioenregeling een startbrief ontvangt. Deze brief geeft een goed leesbare samenvatting van de pensioenregeling. Aan de hand daarvan moet duidelijk worden wat de pensioenregeling inhoudt en welke keuzes de deelnemer heeft. De wet schrijft voor aan welke onderwerpen aandacht moet worden besteed. De financiële verdeling van de pensioenlasten (wel of geen deelnemersbijdrage) moet bijvoorbeeld worden vermeld. Sinds een aantal jaren ontvangen de deelnemers aan een pensioenregeling een zogenaamd Uniform Pensioen Overzicht (UPO). Dit UPO heeft een standaardindeling die voor alle pensioenfondsen gelijk is. Dit maakt het mogelijk om de bedragen uit de verschillende UPO’s die iemand heeft bij elkaar te tellen.

De site www.pensioenkijker.nl geeft lezenswaardige informatie voor hen die zich wat meer willen verdiepen in de pensioenmaterie. Medewerkers die niet onder een pensioenregeling vallen ontvangen uiteraard geen startbrief, maar de werkgever moet wel expliciet aangeven dat voor deze medewerker geen pensioenregeling van toepassing is. Werknemers dienen zich te realiseren, dat het opbouwen van een goed pensioen een zaak van lange adem is. Het is daarom onverstandig om je daar alleen op latere leeftijd druk om te maken om de simpele reden, dat het werkzame leven dan veelal te kort is om ‘gaten’ in de pensioenregeling, bijvoorbeeld door wisseling van werkgever of door een periode van werkloosheid nog te repareren.

Hoe ingewikkeld is een pensioen?
Een belangrijk onderscheid in pensioenregelingen is eindloon of middelloon. Tot voor enkele jaren waren veel pensioenregelingen gebaseerd op 70 procent van het eindloon, het loon dat verdiend werd in de maand voorafgaand aan de pensionering. De meeste pensioenregelingen zijn tegenwoordig gebaseerd op het middelloon, het gemiddelde loon dat verdiend is over je werkzame leven. Intussen rukt in Nederland het beschikbare premiesysteem op, in navolging van met name de Verenigde Staten. Daarbij wordt per werknemer een pensioenbudget beschikbaar gesteld dat voor de medewerker wordt belegd in beleggingsfondsen die de pensioenuitvoerder aanbiedt. Op de pensioendatum moet voor het gespaarde kapitaal een pensioen worden aangekocht. De premie is zeker, de pensioenaanspraken zijn onzeker. Het zogenaamde Angelsaksische model: vrijheid en kostenbeheersing.
De RMU is daar geen voorstander van.
Het hoeft niet ingewikkeld te zijn: stel dat je jaarsalaris gemiddeld € 30.000 bruto per jaar is geweest en je een pensioenregeling hebt, op basis van de middelloonregeling, met een jaarlijkse opbouw van 2 procent over de pensioengrondslag met een franchise van € 10.000. Dan zou je bij een onafgebroken dienstverband van 35 jaar een pensioen hebben opgebouwd van 70 procent. Je bouwt dan ieder jaar 2 procent op over € 20.000 (€ 30.000 min € 10.000). Bij iedere pensioenregeling wordt er namelijk rekening mee gehouden dat je inkomsten hebt uit de eerste pijler, de AOW. De franchise wordt daarom afgetrokken van het salaris en dan spreken we over de zogenaamde pensioengrondslag, het deel van het inkomen waarover pensioen wordt opgebouwd.

Solidariteit; wat heeft dat met pensioenen te maken?
Draagvlak tussen de generaties is een belangrijke voorwaarde voor de houdbaarheid van het stelsel. Solidariteit tussen generaties is essentieel. Ik ben het met Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau, eens dat de grootste bedreiging is dat jonge werknemers hun geloof in het pensioenstelsel verliezen. ‘Als die zien dat ze betalen, maar veel minder pensioen gaan krijgen, zullen ze afhaken. De sector heeft de morele plicht dit te voorkomen’ zei Teulings zaterdag 25 september jl. in de Volkskrant. Op verjaardagen hoor je daarnaast nog al eens de verzuchting: had ik dat maandelijkse bedrag wat ik nu kwijt ben aan pensioen maar in een oude sok gestopt, dan had het meer opgebracht dan nu. Die pensioenfondsen ‘rommelen’ maar wat raak en hebben ‘mijn’ geld onvoldoende laten renderen zodat ik niet voldoende pensioen heb straks! De solidariteit bestaat hieruit dat doordat iedereen in een onderneming of bedrijfstak deelneemt er massa ontstaat en er op verantwoorde wijze belegd kan worden. Beleggen levert, over een lange periode, meer op dan sparen. Dat neemt niet weg dat de door de besturen van pensioenfondsen ingeschakelde vermogensbeheerders al hun troeven niet moeten zetten op beleggen in aandelen. Dat zou onverantwoord zijn. Het is belangrijk dat er sprake is van een gezonde mix van beleggen in wereldwijd gespreide aandelen in in de kern gezonde bedrijven, vastrentende waarden zoals bedrijfs- en staatsobligaties en vastgoed.

Wat is nu het probleem met de pensioenen en de pensioenaanspraken?
Het probleem met de pensioenen en de pensioenaanspraken is de kredietcrisis gecombineerd met de vergrijzing en de langere levensverwachting. In 2008 zijn we met het omvallen van de bank Lehman Brothers in Amerika, terecht gekomen in de ernstigste crisis van de afgelopen 80 jaar. Alleen de Grote Depressie van 1929 komt in de buurt van deze crisis. In 2009 kromp de economie met 4 procent in plaats van te groeien met 2 procent. Dat gat van 6 procent wordt niet meer goed gemaakt. Inmiddels is er weer sprake van groei, maar wel op een 6 procent lager niveau van het bruto binnenlands product. In de modellen van het Centraal Plan Bureau (CPB) komt een klap zoals in 2009 één keer in de miljoen jaar voor. Door de crisis zijn de koersen van aandelen gekelderd en is er tegelijkertijd sprake van een lage rente. Normaliter is er bij dalende koersen sprake van oplopende rente en bij dalende rente sprake van oplopende koersen. Als gevolg hiervan zijn honderden miljarden euro’s belegd vermogen verdampt. Tegelijkertijd gaan door de vergrijzing meer mensen een beroep doen op pensioen en worden mensen steeds ouder waardoor er langer een pensioen uitgekeerd dient te worden. Kortom het vermogen neemt af en de aanspraken (de verplichtingen) nemen toe. Dit heeft er toe geleid dat van de 600 pensioenfondsen er 340 problemen hebben gekregen met hun dekkingsgraad en een herstelplan moesten indienen bij de Nederlandsche Bank. De dekkingsgraad – de verhouding tussen het vermogen en alle toekomstige verplichtingen – moet minimaal 105 procent zijn. Met andere woorden tegenover ieder 100 eurocent aan verplichtingen moet een bezit staan van 105 eurocent. Sommige pensioenfondsen zijn door het ijs gezakt en zijn onder de 90 procent gekomen. Zij keren momenteel pensioen uit waarvoor onvoldoende dekking bestaat met als gevolg een oplopend financieringstekort. Een onhoudbare situatie.

Hoe afhankelijk zijn pensioenen geworden van beurskoersen en beleggingsresultaten?
Het gevaar bestaat dat pensioenfondsen hun heil gaan zoeken in meer risico nemen. Dat is niet de oplossing. Dat zou kunnen leiden tot meer rendementen, maar pensioen mag niet te veel afhankelijk zijn van gokspelen.

Wat is nog de waarde van de zogenoemde ‘onvoorwaardelijke indexatie’?
Dat hangt er vanaf wat er vastgelegd is in de pensioenreglementen. Er zijn nog steeds pensioenregelingen, die een onvoorwaardelijke indexatie hebben opgenomen. Dergelijke regelingen zijn ontzettend duur en komen steeds minder voor. In toenemende mate zie je dat er regelingen worden afgesproken waarbij er uitsluitend sprake is van indexatie van pensioenen bij voldoende middelen.

Het korten van pensioenuitkeringen; wat betekent dat voor een gepensioneerde en wat betekent dat voor een niet-gepensioneerde? Hoe uitzonderlijk is dat eigenlijk; dat korten van een pensioenuitkering?
Onder de hiervoor geschetste omstandigheden kan er maar aan drie knoppen gedraaid worden: een hogere premie voor de werknemer en/of bijdrage van de werkgever; het achterwege laten van indexatie en korten van de pensioenuitkering, het zogenaamde afstempelen. Korten was tot voor kort ondenkbaar. Om op dit laatste in te gaan. Zowel gepensioneerden als werknemers zullen dit merken. Zij het dat de eerstgenoemde groep het direct in de portemonnee zal zien. Bij een aanvullend pensioen van bijvoorbeeld 900 euro per maand en een korting van pakweg 3 procent, ontvangt een gepensioneerde 27 euro minder per maand. Zijn koopkracht gaat nog harder omlaag, omdat een fonds, dat een korting doorvoert, de pensioenen uiteraard ook niet zal verhogen met de inflatie (indexeren). De werkenden daarentegen zullen op hun pensioenoverzicht een lager bedrag zien staan als zij doorwerken tot hun 65e. Dit bedrag kan – in tegenstelling tot wat de gepensioneerde krijgt – omhooggaan als het fonds in de toekomst onverhoopt beter gaat presteren.

Wat kan een individu doen om onder deze korting uit te komen of om zijn pensioen toch nog tijdig aan te vullen?
Onder een door het pensioenfonds genomen maatregel om pensioenen te korten kan niemand uitkomen, die deelnemer is bij een dergelijk pensioenfonds. De gevolgen kunnen verzacht worden door er voor te zorgen, dat je privé gespaard hebt, de derde pijler.

Wat is uw advies voor gepensioneerden en niet-gepensioneerden op dit moment?
Zorg voor een appeltje voor de dorst en maak niet alles op, consuminder. Alhoewel ik drommels goed besef dat dit niet in het belang is van herstel van de economische groei.

Welke ontwikkelingen ziet u voor de toekomst?
Een verschuiving van de welvaartsgroei van noord (Europa en de Verenigde Staten) naar zuid, Brazilië, Rusland, India en China (de zogenaamde BRIC landen).

Een verkorte versie werd geplaatst in het RMU Contact van oktober 2010.