Pensioenakkoord
Wat is afgesproken in het pensioenakkoord?
-
Begin 2009 sociale partners bereiken geen overeenstemming: toenmalig minister Donner komt met een eigen wetsvoorstel.
-
Kabinet Balkenende valt en de sociale partners gaan opnieuw met elkaar om de tafel.
-
Enkele dagen voor de Tweede Kamerverkiezing op 4 juni 2010 wordt op hoofdlijnen overeenstemming bereikt over een pensioenakkoord.
-
Minister Kamp zet sociale partners enigszins onder druk en dient nieuw wetsvoorstel in met verhoging AOW-leeftijd slechts naar 66 jaar en geen mogelijkheid om toch met AOW te gaan op 65-jarige leeftijd.
-
Het duurt uiteindelijk tot 10 juni 2011 voordat er overeenstemming is over een uitwerking van het pensioenakkoord binnen de Stichting van de Arbeid (STAR), zie www.stvda.nl
Hoofdlijnen:
-
De AOW-leeftijd gaat in 2020 naar 66 jaar, wordt gekoppeld aan de levensverwachting zal naar verwachting (definitieve besluit wordt in 2014 genomen) in 2025 stijgen naar 67 jaar;
-
Afhankelijk van de verdere stijging van de levensverwachting bepalen de sociale partners in 2020 of de leeftijd in 2030 stijgt naar 68 jaar;
-
Vanaf 2020 komt er voor de lage inkomens een extra ouderenkorting van 300 euro;
-
Het AOW-pensioen gaat voor iedereen vanaf 2013 tot 2028 – bovenop de jaarlijkse stijging met de cao-lonen – omhoog met 0,6 procent per jaar. Om dit te financieren vervalt de ouderenkorting voor hogere inkomens. De AOW-uitkering valt, door de verhoging met 0,6 procent, in 2028 voor iedereen bijna 1000 euro bruto per jaar hoger uit voor een alleenstaande en voor een gehuwd stel bijna 2000 euro per jaar;
-
Het blijft hierdoor mogelijk om toch op 65-jarige leeftijd te stoppen en een AOW-uitkering te ontvangen. Die uitkering is dan wel per jaar eerder stoppen 6,5 procent lager voor de rest van het leven. Ieder jaar langer doorwerken levert 6,5 procent extra AOW op;
-
De premie voor de pensioenen blijft in principe stabiel. Werkgevers krijgen geen premie holiday bij hoge rendementen en hoeven niet bij te storten bij tegenvallers, tenzij aan de cao-tafel hierover afspraken zijn gemaakt;
-
Pensioenfondsen mogen zelf de keuze maken voor het nieuwe model van risicovol beleggen dus uitgaan van de te verwachten rendementen of de huidige regeling met rekenrente vastgesteld door de DNB. Met andere woorden de hoogte van het pensioen bij het beëindigen van de loopbaan wordt minder gegarandeerd en meer afhankelijk van de beleggingsresultaten pensioenfondsen;
-
Om oudere werknemers aan het werk te houden komen er diverse maatregelen zoals een mobiliteitsbonus;
-
Vanaf 2013 worden de belastingvoordelen voor het sparen van extra pensioen beperkt.
Wat vind de RMU van het pensioenakkoord?
Gelet op de politieke omstandigheden, is dit akkoord het meest haalbare. Er is sprake van een verbetering ten opzichte van het door minister Kamp in mei jl. ingediende wetsvoorstel.
Wel plaatste de RMU in juni 2011 enige kanttekeningen:
Verwachte beleggingsrendementen i.p.v. rekenrente
Omdat er voorgesteld wordt om verwachte beleggingsrendementen op te nemen in de waardering van de pensioenverplichting is de verleiding voor bestuurders van pensioenfondsen groot om op basis van nog niet gerealiseerde rendementen tot indexatie (verhoging van de pensioenuitkering) over te gaan. De eerste jaren zal dit goed gaan, er is nog 800 miljard euro in kas. Zodra de rendementen maar even tegenvallen, raken de fondsen snel door hun geld heen. Hierdoor is het risico aanwezig dat de lasten van de vergrijzing afgewenteld worden op toekomstige generaties. Hoelang zullen jongeren bereid blijven om deze rekening te betalen? Er wordt een groot beroep gedaan op de solidariteit van jongeren;
Geen maatwerk
Het heeft de sociale partners aan moed ontbroken om maatwerk te leveren. De AOW-uitkering gaat stijgen op basis van de verdiende lonen, hetgeen redelijk is. Maar daar bovenop gaat de uitkering voor iedereen jaarlijks omhoog met 0,6 procent. Dus ook voor ouderen die niet geraakt worden door de verhoging van de pensioenleeftijd en voor mensen met een royaal pensioen;
Aanvullend akkoord Minister Kamp met sociale partners, op 13 september jl.
Premie-aanpassing niet meer ‘in beton gegoten’
• Stichting van de Arbeid (werkgeversorganisaties + vakorganisaties) komen met een verklaring waarin de gemaakte afspraken over de premiestabilisatie (de zogenaamde premieholiday) worden verduidelijkt. Pensioenpremie-aanpassing wordt niet meer uitgesloten, maar mag ook geen automatisme worden. Premiewijziging kan wel resultaat zijn van expliciete besluitvorming tussen cao-partijen. In het nieuwe pensioencontract kan worden vastgelegd onder welke omstandigheden cao-partijen met elkaar in gesprek gaan over een maximale tijdelijke premie-aanpassing (omhoog dan wel omlaag);
Lagere inkomens krijgen een hogere werkbonus dan hogere inkomens;
• Per 1 januari 2013 komt er een ‘reguliere’ werkbonus van € 2.350,- per jaar voor oudere werknemers vanaf 61 jaar. Een werknemer met het minimumloon ontvangt € 8.400,- bovenop het reguliere inkomen als hij doorwerkt tot z’n 65e jaar en kan door hem gespaard worden om volledig ingezet te worden om zijn 6,5 procent lagere AOW-uitkering aan te vullen als hij toch op 65 jaar met AOW gaat. Dit gaat ten koste van hogere inkomens. Concreet gaan lagere inkomens er € 3.000,- op vooruit en mensen met een inkomen van twee keer modaal (€ 65.000,-) gaan er € 4.000,- op achteruit.
Overgangsregeling levensloop
• De levensloopregeling zou samen met de spaarloonregeling opgaan in een nieuwe vitaliteitsregeling. Er komt nu een overgangsregeling levensloop voor diegenen die door spaargedrag hebben aangetoond actief van de levensloop gebruik te willen maken. De levensloopregeling blijft daarom vanaf 2012 open voor deelnemers, die op 31 december 2011 tenminste € 3.000,- op hun levenslooprekening hebben staan. Deelnemers met minder dan € 3.000,- spaargeld kunnen het tegoed in 2012 opnemen of in 2013 onbelast doorstorten naar vitaliteits-sparen;
Introductie vitaliteitsregeling
• In 2013 wordt voor werknemers én zzp’ers vitaliteits-sparen geïntroduceerd. Hierdoor kunnen deelnemers fiscaal voordelig sparen. Deze spaarregeling dient voor een vrij opneembare aanvulling op het inkomen, bruikbaar voor bijvoorbeeld deeltijdpensioen of als aanvulling op het inkomen bij eerder stoppen. De stortingen zijn fiscaal aftrekbaar in box 1 en er wordt pas belasting geheven bij opname van het tegoed. Anders dan in het regeerakkoord is de vitaliteitsregeling bestedingsvrij. Deelnemers kunnen maximaal € 20.000,- en maximaal € 5.000,- per jaar sparen. Het tegoed dient uiterlijk vóór het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd plaats te vinden;
Risico’s niet te veel doorschuiven naar de toekomst
• Bij de invulling van het nieuwe contract en een daarop toegesneden financieel toetsingskader is essentieel dat wordt geborgd dat het nieuwe contract ‘generatieproof’ is. Voorkomen moet worden dat pensioenfondsen de risico’s teveel naar de toekomst doorschuiven ten laste van jongere en toekomstige generaties. Vijf inhoudelijke waarborgen zijn vastgelegd zodat toepassen van het verwacht rendement eerder uitzondering dan regel zal zijn (o.a. verwachte rendementen worden gemaximeerd) De toezichthouder, de Nederlandsche Bank krijgt een nog zwaardere rol als het gaat om het toezicht houden op het beleggingsbeleid van een pensioenfonds;
Onderzoek naar risico’s van ‘invaren’ oude rechten in nieuw pensioencontract
• In kaart wordt gebracht wat de (juridische) implicaties zijn van het onderbrengen van reeds opgebouwde rechten in het nieuwe pensioencontract. Het Centraal Planbureau (CPB) is gevraagd berekeningen te maken. Het CPB heeft toegezegd om in februari 2012 de uitkomst te van nader onderzoek te presenteren. Volgens de landsadvocaat is dat niet zo eenvoudig. Als de risico’s voor de overheid (claims) en/of pensioenfondsen bij collectief ‘invaren’ te groot blijken, worden tevens de mogelijkheden onderzocht om deelnemers bij de overgang naar een nieuw contract een individuele keuze tot invaren te geven. De nog te verrichten nadere onderzoeken worden begeleid door een breed samengestelde begeleidingsgroep waarin alle betrokken partijen vertegenwoordigd zijn, waaronder sociale partners, pensioenuitvoerders en toezichthouders. Daarnaast is een drietal externe deskundigen bereid gevonden deel te nemen, te weten Prof. Dr. K.P. Goudswaard (hoogleraar toegepaste economie en bijzonder hoogleraar Sociale Zekerheid), Prof. Dr. J.M.G. Frijns (bijzonder hoogleraar beleggingsleer) en Prof. Dr. R, Lawson (hoogleraar Europees recht);
Overleg minister Kamp met de Tweede Kamer, 15 september jl.
• De in juni door de PvdA en de ChristenUnie ingediende motie Vermeij-Schouten, die een meerderheid verkreeg wordt door minister Kamp geaccepteerd, waardoor er een meerderheid ontstaat in de Tweede Kamer. Zij bepleitten maatregelen te treffen zodat met name werknemers in de laagste loonschalen uit kunnen treden op 65-jarige leeftijd. Minister Kamp zegt expliciet toe dat mensen in de laagste loonschalen en zij die werkloos zijn of arbeidsongeschikt op 65-jarige met AOW kunnen gaan en er dan maximaal 1,5 procent op achteruit gaan.
Stand van zaken december 2011
• Minister Kamp heeft definitieve wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer en de Raad van State heeft haar advies uitgebracht, zie de documenten:
o Advies Raad van State 14-09-2011;
o Nader rapport ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, naar aanleiding van advies Raad van State 06-10-2011;
o Wetsvoorstel verhoging AOW-leeftijd 14-10-2011.
• Minister Kamp komt op 6 december 2011 met een extra tegemoetkoming voor oudere werknemers met een laag inkomen. Naast de reeds toegezegde ‘reguliere’ werkbonus vanaf 2013 van maximaal € 8.400,- voor alle werknemers tussen 61 en 64 jaar (vanaf 2013) komt er nu een aanvullende werkbonus vanaf 2020 voor mensen met een laag inkomen en een lang arbeidsverleden. Deze aanvullende bonus is maximaal € 8.450,- voor oudere werknemers tussen de 58 en 64 jaar met een inkomen rond het minimumloon, en loopt af naar mate mensen meer verdienen en stopt bij een inkomen van circa 150 procent van het minimumloon. Hierdoor wordt het inkomenseffect voor mensen met een laag inkomen en een lang arbeidsverleden, die vanaf 2025 toch op hun 65e willen stoppen met werken, beperkt tot min 3 procent.
Actuele documenten en handige sites:
extra_tegemoetkoming_oudere_werknemer_met_laag_inkomen
advies_raad_van_state_14-09-2011
nader_rapport_min_szw_nav_advies_rvs_06-10-2011
wetsvoorstel_aow-leeftijd_14-10-2011
pensioenakkoord_brief_minister_kamp_14-09-2011
uitwerking-herziening-berekeningssystematiek_vereist_eigen_vermogen_kamp_14-09-2011
waarborgen_voor_generatieproof_nieuw_pensioencontract_minister_kamp_14-09-2011
time_table_aanpassing_pensioenstelsel_2011
persbericht_pensioenakkoord_stichting_van_de_arbeid_10-06-2011
uitwerkingsmemorandum_pensioenakkoord_10-06-2011
berekeningen_cpb_over_pensioenakkoord
RMU in de pers...
> Verdeeld FNV hoopt nog op akkoord
> Geef lager inkomens eerder pensioen
> Pensioen wordt kansspel met dit akkoord
nd_pensioenen_moeten_eerlijker
> Laat rijke gepensioneerden meebetalen aan AOW
> Reacties op pensioenakkoord: Van houdbare oudedagsvoorziening tot pokerpensioen
pensioenakkoord_haalt_veel_overhoop
Een pensioenakkoord komt niet zomaar uit de lucht vallen. Deze kwestie speelt al enkele tijd. Inmiddels heeft de RMU er al diverse malen over gepubliceerd.
> RMU ziet kans om alsnog pensioenakkoord te sluiten
> RMU houdt vast aan flexibilisering AOW
> RMU pleit voor hervorming pensioenstelsel
> Pensioenakkoord in de basis fout
> Zorg voor een appeltje voor de dorst
Uitgebreide informatie over dit onderwerp en andere onderwerpen leest u in onze Nota Arbeidsvoorwaardenbeleid 2011.