Ziekte en arbeidsongeschiktheid
Henk heeft een probleem. Een fors probleem. Henk moet zich heel vaak ziek melden. En met heel vaak bedoel ik niet dat Henk zich wat meer ziek meldt dan de gemiddelde groepsleerkracht. Nee, Henk is de afgelopen vijf schooljaren zo vaak ziek geweest dat hij – opgeteld – de laatste vijf jaren per schooljaar bijna zeventig procent van de tijd arbeidsongeschikt of niet aanwezig was. De lezer schrikt vast een beetje van dit percentage en denkt waarschijnlijk dat schrijver dezes een sterk verhaal verzint om zo tot een aansprekend stukje te komen. Niets is minder waar. Het zijn feiten.
Ton heeft ook een probleem. Een fors probleem. Ton is directeur van Henk. Ton is eindverantwoordelijk schoolleider van een basisschool met een hoog ziekteverzuim. Nu maakt Ton zich over dat verzuimcijfer nog niet zo druk. Het regent zwangerschaps- en ouderschapsverloven. Maar het ziekteverzuim van Henk heeft groteske vormen aangenomen. Het beeld is wisselend: dan een aantal ziekmeldingen door het jaar heen – met gevarieerde klachten en aandoeningen – die wisselen van een aantal dagen tot drie weken thuis, en dan weer een ziekmelding met een verzuimperiode van een aantal maanden, wegens klachten van psychische aard en overbelasting.
Wrevel
En met name in die laatste serie verzuimperioden volgen dan steeds de gesprekken met de bedrijfsarts en periodes van re-integratie. Eerst buiten de klas met hand- en spandiensten, dan buiten de klas in de RT-sfeer, dan langzaamaan weer een aantal uurtjes in de groep. Het is voor Henk een hele belasting. Maar voor Ton evenzo. En niet alleen in het kader van de gesprekken, de re-integratieactiviteiten en de begeleiding. Het vele verzuim van Henk wekt ook steeds meer wrevel binnen het team. En onder ouders. Het gebeurt steeds meer dat ouders richting bestuur en directie hun zorgen uiten. En letterlijk voor de deur staan wanneer ze horen dat hun kind volgend jaar meester Henk voor de groep heeft.
En als Ton eerlijk is, geeft hij inwendig de ouders een beetje gelijk. Een jaar meester Henk voor de groep betekent in alle opzichten voor de kinderen een heel instabiel jaar met veel vervangers. En Ton vindt het vooral heel erg lastig dat hij ook bij zichzelf constateert dat hij het gevoel heeft niet meer op Henk aan te kunnen.
Hardliner
In het bestuur zit een hardliner. Die heeft het over ontslag. Die man kan zijn werk gewoon niet aan, zo luidt zijn stelling. Totaal ongeschikt. De hardliner krijgt de anderen mee in zijn denkrichting, consulteert een jurist hier en een deskundige daar en aan het eind van het liedje mag Ton de ontslagbrief concipiëren. Henk wordt ontslagen op grond van ongeschiktheid voor de functie (anders dan door ziekte of gebrek) en subsidiair op grond van gewichtige redenen. Twee ontslaggronden genoemd in de CAO.
Henk vecht het ontslag aan bij de Commissie van Beroep. De commissie concludeert allereerst dat vast staat dat Henk niet ongeschikt voor zijn werk wegens ziekte of gebrek. Nog nooit heeft een arts dat geconcludeerd en tussen de ziekteperiodes door heeft Henk ook altijd daadwerkelijk zijn functie uitgeoefend. De stelling dat Henk onbekwaam is voor zijn functie baseerde de school kennelijk alleen op zijn hoge ziekteverzuimpercentage. En dat, zo oordeelt de commissie, is onvoldoende.
Terug bij af
Henks vermeende ongeschiktheid voor zijn functie werd verder op geen enkele manier onderbouwd. Er zijn met Henk nooit functionerings- en beoordelingsgesprekken gevoerd waarin zijn bekwaamheid of functioneren ter discussie werd gesteld. Op de vraag aan Ton waarom die niet zijn gevoerd, antwoordde Ton dat hij het niet zorgvuldig vond om met een zieke werknemer dergelijke gesprekken te houden. Foute gedachte van Ton, want nu stond de onbekwaamheid van Henk op geen enkele manier vast. En aangezien de gewichtige redenen in het ontslagbesluit verder ook niet werden onderbouwd (alleen een verwijzing naar Henks vele afwezig zijn), werd het ontslagbesluit vernietigd. En kon iedereen de draad weer van voren af aan oppikken!
Bron: DRS-magazine, door J.G.N. (Jan) Schreuders